Uit: Zittend Boeddha, hoofdstuk 7


We moeten bereid zijn om uiteen te vallen….
in de zin dat we al onze zelfbeelden loslaten
en tot een werkelijke spirituele armoede komen.
Daar, op die plaats, wordt de ware natuur gevonden.

Mensen hebben vaak het idee dat zazen uit het ervaren van gelukzaligheid bestaat en als ze zulke ervaringen niet hebben, denken ze dat ze iets verkeerd doen of dat zazen niet werkt. Gelukzalige toestanden doen zich zo nu en dan wel voor, maar dat is geen verlichting. Ze zijn van voorbijgaande aard en als je eruit komt, kunnen de drie vergiften van hebzucht, haat en misleiding weer naar boven komen omdat ze nog niet bij de wortel zijn aangepakt. Overigens is er niets mis met die ervaringen en ze kunnen ons enorm helpen, omdat ze ons laten zien dat we onderweg vruchten van onze training kunnen plukken – en voordat we het weten, maken we van die vruchten weer iets om naar te verlangen en merken we dat onze geest ze wil vasthouden.

Als alle Boeddha’s je komen begroeten of als alle duivels je achternazitten, het pad van zazen is hoe dan ook stil zitten, niet het ene najagen of voor het andere vluchten. De ware natuur gaat alle verschijnselen te boven. In onze verbeelding kunnen we allerlei soorten dingen ‘zien’, maar het zijn slechts beelden die verschijnen en we moeten ze niet vasthouden of wegduwen. Beschouw ze maar als weer een gedachte. Ze kunnen zowel goede als misleidende lessen bevatten. Als we niet naar ze hunkeren, zal de tijd ze in hun juiste perspectief plaatsen. We willen zo graag bevestiging krijgen dat we dat soort dingen onwillekeurig tot doel van onze training maken – en dat is een vergissing.

Om onszelf te bevrijden van misleiding, moeten we kijken naar het soort misleidingen waar we vatbaar voor zijn. Dit is soms pijnlijk. Maar toch, als we ze kunnen zien, wijst dat duidelijk op vooruitgang. Dit betekent dat als we onze meditatie proberen te beoordelen op basis van een prettig of onprettig gevoel, we dan de kans lopen onze meditatie verkeerd te beoordelen.

Soms benaderen mensen zen net als een klant die in de supermarkt een product komt kopen dat hem of haar van het lijden zal verlossen. Helaas wordt zulk gedrag soms gevoed door de manier waarop spirituele tradities zichzelf proberen te verkopen. Training is niet een contract waarmee je bepaalde voordelen kunt kopen. We worden vaak helemaal in beslag genomen door het zoeken naar de oplossing, de magie die het voor ons gaat doen, of we dat nu zien als een techniek of als een openbaring. Al die valkuilen gaan voorbij aan de essentie: bij training gaat het niet om het verbeteren van het zelf, maar gaat het om het laten wegvallen van het zelf. Mensen die heel competent zijn in hun werk en een hoop waardevolle vaardigheden hebben, proberen soms ook een expert te worden in mediteren, net zoals zij dat met veel succes hebben gedaan op andere gebieden van hun leven. Met meditatie werkt dit echter niet, hoewel de schijn soms kan bedriegen. Het ‘ik’ kan de schijn van spirituele bekwaamheid aannemen, waarin het zich kan hullen door de ware natuur na te bootsen. We moeten bereid zijn om uiteen te vallen, niet in de zin van een psychische desintegratie, maar in de zin dat we al onze zelfbeelden loslaten en tot een werkelijke spirituele armoede komen. Daar, op die plaats, wordt de ware natuur gevonden.

Het is mogelijk om in meditatie teveel je best te doen. Het enige wat we hoeven doen, is onszelf ertoe te brengen om te gaan zitten en geduldig en rustig te accepteren wat er komt en dat te laten gaan. Als we proberen om dingen te laten gebeuren, de boel te forceren, dan blokkeren we onszelf opnieuw. Wij moeten ons deel doen en loslaten en vertrouwen hebben in de ware natuur. Veel mensen merken dat hun praktijk heen en weer slingert tussen heel hard je best doen en dan opgeven. Lijden brengt hen naar de training, vervolgens wordt het lijden gaandeweg wat dragelijker en dan stoppen ze voordat de oorzaak van het lijden werkelijk onderkend is. In dat geval is het van belang om met regelmaat te mediteren en het beoordelen van onze praktijk te laten varen.

Ook al doen zich veel vergissingen voor, het blijft noodzakelijk om erop te vertrouwen dat je het goed doet, behalve als iets erop wijst dat dat niet zo is. In dat geval neem je dat gewoon mee en verleg je dienovereenkomstig je koers. Het kan zijn dat we onderweg allemaal onze eigen fouten moeten maken als deel van het leerproces, dus moeten we niet bang zijn voor fouten omdat we onszelf anders kunnen verlammen. Tegelijkertijd is het verstandig om hulp te zoeken bij mensen die genoeg ervaring hebben om ons te helpen meer inzicht te krijgen. Een goede leraar zal je niet beoordelen of veroordelen; naar alle waarschijnlijkheid zal hij kunnen zien waar de fout zit, omdat hij die zelf ook heeft gemaakt.

Wanneer we ons realiseren dat we een fout hebben gemaakt, misschien een fout die anderen leed heeft berokkend, dan is het belangrijk dat te erkennen en te doen wat we kunnen om het goed te maken, zonder dat we onszelf hiervoor op ons kop geven. Alle grote meesters uit het verleden hebben hun portie fouten gemaakt, fouten die soms heel ernstig waren. Toch gingen zij door en bereikten ware bewustwording en waren zij in staat een grote hulp voor anderen te zijn. Gedane zaken nemen geen keer, maar we kunnen leren en de consequenties van wat we hebben gedaan zonder klagen aanvaarden. Eén van de simpelste en beste adviezen die ik ooit in het spirituele leven heb gekregen is: geef nooit op.

Eerw. meester Daishin Morgan is abt van Throssel Hole Buddhist Abbey.

Vervolg hoofdstuk 8: Moraliteit, de Leefregels en Zen