Verlangen
Het fundament, het hart van de boeddhistische leer wordt gevormd door de Vier Edele Waarheden: het bestaan van lijden, de oorzaak ervan, het einde van lijden en het pad naar dat einde van lijden, het Achtvoudige Pad. En voor de Boeddha was de oorzaak van lijden ons verlangen. Het verlangen in al zijn vormen en gradaties. Voor sommigen kan het zijn het verlangen naar macht en invloed, rijkdom of aanzien. Voor anderen kan het verlangen zijn gezien te worden, begrepen te worden, gehoord te worden. Een verlangen naar verbinding. Ons verlangen kent vele gradaties en subtiele vormen. Maar wat we ook verlangen, het is gebaseerd – ons verlangen – op het niet accepteren van dit moment zoals het is of van hoe wij nu zijn. We willen iets anders dan wat is. Ook al is dat misschien een hele subtiele verandering. En misschien voelen we ons heel gerechtvaardigd in ons verlangen: het verlangen naar gerechtigheid, naar eerlijkheid.
Maar wat ons verlangen ook behelst, het is altijd het niet kunnen berusten in wat nu is. En wanneer we een verlangen hebben, creëren we dus een spanningsboog tussen wat we willen en wat is. En in die spanningsboog is het moeilijk toeven, zoals we allen weten. Die spanningsboog kan groter zijn, kan kleiner zijn. Maar die spanningsboog leidt ertoe dat we niet kunnen berusten, niet kunnen rusten in onszelf, in de wereld zoals die nu is, in dit moment zoals het nu is. Daarom kan zelfs meditatie een uitdaging lijken. Want ons verlangen leidt er vaak naartoe dat we iets anders willen ervaren, anders willen zijn dan wat we nu ervaren of zijn.
Het einde van lijden is het loslaten van dit verlangen. Het klinkt heel eenvoudig. Je zou zeggen: zo gedaan en weg is het lijden. Maar in het loslaten, in het niet meer verlangen zit een valkuil. Namelijk het verlangen om geen verlangen te hebben. De Engelsen zeggen het zo mooi en grappig: “You're damned if you do, you're damned if you don't.” Hoe kunnen we hiermee omgaan? Hoe kunnen we omgaan met verlangen op een dusdanige manier dat we uiteindelijk kunnen rusten, berusten in wat nu is zonder steeds weer die spanningsboog op te bouwen?
Misschien is het goed om te bedenken dat verlangen zowel egocentrisch kan zijn alsook meer egoloos. Onder egocentrisch verlangen valt natuurlijk het verlangen naar rijkdom en macht, aanzien, roem. Zet de televisie aan en al die personen met dit verlangen verschijnen al gauw in beeld, tenminste op het internationale politieke vlak. En het lijden wat eruit vloeit is overduidelijk.
Ons verlangen kan ook meer egoloos zijn. Het verlangen anderen te helpen, ten dienste te staan aan anderen, ons leven durven te geven zodat het anderen ten goede komt, zodat het alle levende wezens ten goede komt, zodat het de aarde ten goede komt. In dat verlangen zit een hele lichte spanningsboog en in zekere zin heel weinig lijden. En die spanningsboog is net groot genoeg om ons te doen motiveren te oefenen. Te oefenen in het kunnen berusten in dit moment zoals het is. Te kunnen oefenen in het volledig accepteren van dit moment zoals het is, van onszelf, van de wereld. Ook al worden we niet gezien, begrepen, misschien zelfs niet geliefd. Hoe dieper die berusting gaat, hoe dieper de vrede en de vreugde is die we vinden in die berusting. Hoe dieper het besef van de compleetheid van ons zijn. Een compleetheid die nergens op steunt. Daarom is verlangen in zichzelf een vorm van onwetendheid. En toch, verlangen hoort bij het leven.
Verlangen, als het egoloos is, kan positief uitwerken in onze beoefening, in onze zelfrealisatie. Dus kijk welk verlangen voor jou speelt. Durf het kleine ‘ik’ eruit te halen. Durf de ander en de wereld erin te ontvangen en te ontmoeten zonder voorwaarden, zonder dat je iets van de wereld of de ander eist, zonder dat je iets van jezelf eist. En dan zal daar op een dag het moment zijn waarin de spanningsboog volledig weg is, opgelost. Waarin je beseft dat je actief in deze wereld kan zijn, leven ten baatte van de wereld, de ander en jezelf, vanuit het diepe inzicht dat zelf verlangloos is.
Dus rust en ontspan. Geef je over aan wat nu is. Maak je niet druk over het verlangen dat misschien nog speelt. En nogmaals, wanneer je er een ik, een ego, in ontdekt die nog zo desperaat iets wil hebben, laat ook dat verzachten en ontspannen.
* * * * *
"Maar wat ons verlangen ook behelst, het is altijd het niet kunnen berusten in wat nu is. En wanneer we een verlangen hebben, creëren we dus een spanningsboog tussen wat we willen en wat is. En in die spanningsboog is het moeilijk toeven, zoals we allen weten."
