Karma
We zitten en mediteren om innerlijk stil te worden, stil te worden in onze geest. En hoe groot die wens ook mag zijn, het blijkt steeds weer moeilijk om echt stil te worden, stil te zijn. Voordat we het weten gaat onze aandacht naar onze gedachten, naar herinneringen, stroomt de aandacht uit naar wat er gaande is in de wereld. En voordat je het weet ben je helemaal gevuld met de drukte van je wereld, je interne en uiterlijke wereld.
Het lijkt moeite te kosten om stil te worden. En dat is omdat er een kracht zit, een impuls in het uitstromen van onze aandacht. Die kracht, die impuls, die energie wordt in het boeddhisme karma genoemd en die is opgebouwd over vele jaren. In zekere zin is die kracht, die energie, een vertaling van onze geschiedenis, van wat we hebben meegemaakt, wat we gezien hebben, gehoord hebben, hoe we opgevoed zijn, het onderwijs dat we genoten hebben, de ervaringen die we hebben opgedaan, de mooie en misschien traumatische ervaringen.
Dat alles zorgt ervoor dat er een impuls zit, een energie, in dat uitstromen in onze aandacht naar de dingen toe. Omdat er onder die kracht, dat karma, een subtiele angst zit. Een angst voor het onbekende, een angst voor een verlies aan houvast, een angst voor het verlies van zekerheid. Onze aandacht is in die zin eigenlijk altijd zoekende naar houvast, naar zekerheid, in een wereld die in zichzelf heel onbestendig is en vandaag de dag meer dan ooit.
Onze beoefening zou je ook ‘het kunnen laten oplossen van karma’ kunnen noemen. Het oplossen van die impuls, die energie, zodat de aandacht ook terug kan vloeien en kan rusten in onszelf. En dat betekent dat we door die barrière van de angst heen moeten stappen. Want waar we ten diepste angst voor hebben is het onbekende in onszelf.
Wanneer we de aandacht terug laten vloeien, wat we tegenkomen is een open ruimte. Weliswaar van vrede en stilte, maar waarin er niets is om aan vast te houden. Het is inderdaad als open ruimte, een lege open ruimte. En daarom wordt onze Ware Natuur in het boeddhisme soms ook Sunyata genoemd, de Leegte. Toch is dat de ware toevlucht, want die Leegte is onveranderlijk in zijn kwaliteiten van vrede en stilte, maar ook van geduld, mededogen en wijsheid en misschien wel boven alles liefde. Dat allemaal in zijn meest pure vorm. Die lege ruimte vol met kwaliteit is onveranderlijk.
Wanneer we door ons angst durven heen te stappen, vinden we iets dat ons werkelijk kracht geeft om in een veranderlijke wereld te staan. Het is de grote schitterende paradox van onze beoefening. Hoe meer je loslaat, hoe meer je je kunt begeven in je Ware Natuur die we Leegte noemen. Hoe meer je in staat bent om in de wereld te staan zoals een boom die diep wortelt in de aarde en de seizoenen (lente, zomer, herfst en winter) met zijn mooie en slechte tijden kan weerstaan. En wij worden zoals die boom, stevig geankerd in onze Ware Natuur, volledig functionerend en antwoord kunnen gevend op de omstandigheden die deze veranderlijke wereld naar ons toebrengt.
Dus verzacht en ontspan, laat de aandacht terugvloeien. Durf te zijn met de angst om in een lege ruimte te geraken. Zenmeester Hongzhi noemt het ‘het Open Veld’ wat we vrijelijk kunnen exploreren. Doe dat steeds weer opnieuw en vind dan die eindeloze kracht in jezelf om zowel in vormloze als in de vorm te staan.
* * * * *
"Wanneer we door ons angst durven heen te stappen, vinden we iets dat ons werkelijk kracht geeft om in een veranderlijke wereld te staan. Het is de grote schitterende paradox van onze beoefening. Hoe meer je loslaat, hoe meer je je kunt begeven in je Ware Natuur die we Leegte noemen."
