Ons oorspronkelijk gezicht
Wat is je oorspronkelijke gezicht voordat je ouders werden geboren? Het is een vraag, een koan, die soms gebruikt wordt in de beoefening. Je zou de vraag ook anders kunnen stellen: waar kom je vandaan toen je geboren werd en waar ga je naar toe wanneer je sterft? Om het nog directer te zeggen: wie ben je ten diepste? Die vraag staat centraal in de beoefening. En omdat de meesten onzeker zijn over wie ze ten diepste zijn, vereenzelvigen ze zichzelf met het lichaam en de denkende geest. “Ik ben deze vorm, dit lichaam en deze denkende geest met zijn inhoud”. En wanneer we dat doen, dat vereenzelvigen met lichaam en geest, dan gaan de belangen een rol spelen. De belangen die allemaal betrekking hebben op dit lichaam en deze geest. De belangen, de voorkeuren, de verlangens. En wanneer belangen een rol gaan spelen zijn er natuurlijk ook tegengestelde belangen.
En dan eindigen we met een wereld zoals die is, nu, heden ten dage. Een wereld van tegengestelde belangen met als gevolg onrust, onvrede, misdaad, oorlog en geweld. Want iedereen verdedigt zijn eigen belangen die allemaal betrekking hebben op dit tijdelijke lichaam van ons, onze tijdelijke denkende geest met zijn inhoud. Maar wie zijn we ten diepste? Onszelf ten diepste leren kennen betekent voorbijgaan aan het lichaam en de denkende geest. Voorbijgaan aan de belangen die ermee samenhangen, de verlangens die ermee samenhangen.
In deze meditatie, in dit stilzetten van ons, kijken we wie we ten diepste zijn. En we hoeven niet ver te zoeken, want wat we ten diepste zijn is niet iets mysterieus. We zijn het namelijk al! Alleen we herkennen het nog niet door jarenlange vereenzelviging met het lichamelijke aspect van ons zijn en het denkende aspect van ons zijn. En het lichamelijke en denkende aspect van ons zijn is tijdelijk, veranderlijk, het komt en gaat. Dus we laten de aandacht niet zijn met dat tijdelijke aspect. We kijken er voorbij. Of misschien kan ik het beter uitdrukken met: we draaien de aandacht om en kijken naar diegene die gewaar is van het komen en gaan. We kijken rechtstreeks naar ons ‘oorspronkelijk gezicht’, om het zo uit te drukken. Naar dat wat het tijdelijke waarneemt maar zelf niet tijdelijk is en daardoor belangeloos en daardoor vrij van verlangens.
En wanneer daar het moment is dat we onszelf herkennen, beseffen we dat ons diepste zelf totale vrede is. Niet steunt op belangen en verlangens. Niet afhankelijk ervan is. Het is totaal vrij zijn, in vrede zijn en in vreugde zijn. En hoe meer mensen dit voor zichzelf ontdekken, hoe meer daar het begin is van een vrede in de wereld. Want we kunnen niet anders dan deze vrede en vreugde uitdrukking geven in hoe we met onszelf omgaan, met de ander en met de wereld.
Wat is je oorspronkelijk gezicht voordat je ouders werden geboren? Wie ben jij ten diepste? Zolang de vraag nog niet werkelijk is opgelost, zal je steun blijven zoeken in de dingen die komen en gaan. Zal er een kern van onrust en onvrede blijven bestaan in je. Leef je in zekere zin in onzekerheid en is de dood iets om bang voor te zijn.
Dus dit zitten van ons heeft grote implicaties en tegelijkertijd is het het mooiste wat we kunnen doen. Wat kan nog mooier en waardevoller zijn dan onszelf werkelijk vinden? En het allermooiste is dat je geen techniek hoeft toe te passen. Je hoeft nergens anders te zoeken dan eenvoudigweg in jezelf in dit moment zoals het is. Want je hebt je ware gezicht nooit verloren. Het is alleen dat je het niet meer herkent omdat je het nooit werkelijk je volle aandacht hebt gegeven.
Dus zit, verzacht en ontspan. Laat de aandacht volledig rusten bij diegene die gewaar is van dat zitten van je, het ervaren van dit moment zoals het is. En laat je aandacht rusten bij de vraag: wie is het die hier zit en ervaart? En dan kijk en luister in jezelf met zachtheid, met een lichte glimlach. Zit als een Boeddha en herken het boeddhaschap in jezelf.
* * * * *
"In deze meditatie, in dit stilzetten van ons, kijken we wie we ten diepste zijn. En we hoeven niet ver te zoeken, want wat we ten diepste zijn is niet iets mysterieus. We zijn het namelijk al! Alleen we herkennen het nog niet door jarenlange vereenzelviging met het lichamelijke aspect van ons zijn en het denkende aspect van ons zijn."
