De koan laten oplossen
Ik ken iemand die opgegroeid is met een vader waar hij nooit de goedkeuring van kreeg. Wat hij ook deed, het was nooit goed of goed genoeg. En die vader heeft ook nooit werkelijk aan zijn zoon geuit of laten merken, de waardering, de uiteindelijke goedkeuring. Die vader is inmiddels overleden en deze persoon zoekt nog altijd de goedkeuring. Niet meer van de vader, maar van de mensen om hem heen. En het is zeker niet zo dat hij geen goedkeuring krijgt, dat hij niet gewaardeerd wordt voor wat hij doet, maar het is nooit genoeg. Het gemis lijkt niet opgevuld te kunnen worden.
Deze persoon is in zijn vroegste jaren als het ware afgestemd op het leven, op een hele speciale manier. En die afstemming wordt in het boeddhisme de koan genoemd. En die koan is als het ware de vervorming, het patroon dat gelegd wordt op de heldere spiegel van het gewaarzijn, in dit geval van deze persoon. En voor de rest van het leven kijkt die persoon naar de spiegel en ziet een vervormd beeld. Het beeld gemoduleerd door de koan, het verlangen naar goedkeuring.
Elk mens draagt een koan met zich mee. Die kan heel licht zijn, die kan heel bepalend zijn, het ligt maar aan wat er is gebeurd in de vroegste jaren van je leven. Het hangt er maar vanaf hoe je bent afgestemd op het leven door je ouders en diegenen dicht bij je in die vroege jaren. We allen dragen op onze heldere spiegel van gewaarzijn een patroon waar doorheen we naar de wereld en onszelf kijken en niet werkelijk zien wat er is, maar zien hoe die spiegel de werkelijkheid vervormd. En daarom is het niet verwonderlijk dat we allen verschillend kijken naar eenzelfde gebeurtenis. Onze koan beïnvloedt hoe we kijken, wat we horen, hoe we voelen en daarmee ook onze gedachten en emoties.
In onze beoefening proberen we de koan te laten oplossen. Proberen we als het ware de spiegel weer helder en onvervormd te laten zijn. En hiervoor zijn twee stappen nodig: allereerst het herkennen van de koan. Het herkennen van het feit dat er als het ware een rode lijn, een thema door je leven heenloopt. Een rode lijn die bepaalt hoe je naar de dingen kijkt. Bij deze persoon is het een onvervuld verlangen naar goedkeuring, bij de ander kan het zijn een verlangen om gezien te worden, geliefd te worden, geaccepteerd te worden. Het kan een rode lijn zijn van boosheid, van angst, van depressie; ieder kent het wel wat het thema is in zijn leven.
Alleen ons probleem is wij leggen de oorzaak van onze pijn en boosheid en verdriet bij de wereld en bij de ander. We herkennen niet dat de oorzaak hiervan bij onszelf ligt, bij de koan. De wereld en de ander kan het nodige doen om de koan te activeren en kan zeker onheilzaam handelen, maar de koan zelf is onze eigen verantwoordelijkheid. Het lijden in de koan is onze eigen verantwoordelijkheid en kunnen we zelf tot een oplossing brengen, hoe de wereld en de ander ook is.
Dus stap één is: herken je koan. En dat is al een hele stap want het betekent dat je even terug moet stappen wanneer je bepaalde gevoelens hebt en gedachten, wanneer er lijden in je gaande is. Om even terug te stappen en werkelijk te zien: wat is hier gaande? Waarom is dit in mij? Niet in een analytische zin, we gaan niet psychologiseren. We willen het alleen herkennen als de rode lijn, het thema, de koan in ons leven. Há, daar is het weer: het gevoel niet gezien te worden, het verlangen om geliefd te worden, gehoord te worden. Het gevoel van onveiligheid, daar is het weer.
En dan stap twee is om erin te verzachten, te ontspannen. Het volledig te laten zijn in een omarming van liefdevolle vriendelijkheid. Want we kunnen de koan ook zien als een draaikolk die zich in vroege jaren vormt in het helder en stille water. Dat helder en stille water wordt in het boeddhisme soms onze ‘oorspronkelijke verlichting’ genoemd. En dan gebeuren er dingen, zoals er altijd dingen gebeuren in dit leven, die dit ‘water’ in beroering brengt. Er ontstaat een draaikolk en een tijdelijke leegte in die draaikolk. En die leegte proberen we te vullen met dingen van de wereld, van de ander. Niet beseffend dat als we eenvoudigweg verstillen, ontspannen, geen energie meer geven aan het water, de draaikolk vanzelf oplost. Het kan een tijd duren, want er kan veel energie zitten in de draaikolk, in de koan, maar heb geduld. Durf ermee te zijn. Want die draaikolk zelf, die koan, is jouw oorspronkelijke verlichting, alleen in een hele dynamische, onrustige vorm. Het lijden wat eruit voortvloeit is onze onwetendheid dat de draaikolk zelf niet meer is als het water, onze heldere gewaarzijn in beweging, onze oorspronkelijke verlichting. We zien dit lijden, de draaikolk als extern van het water.
Dus daarom zitten we en zijn we stil, verzachten we, ontspannen we en zien we dat we ons eigen lijden kunnen laten oplossen. De draaikolk komt tot een einde, de schijnbare leegte daarin vult zich vanzelf, en daar is weer de compleetheid van onze ware natuur die tijdloos is. De draaikolk was slechts tijdelijk, alhoewel het een leven lang kan duren.
Dus oefen met je koan, er is bevrijding mogelijk, het centrale thema van het boeddhisme. Hoe dramatisch je koan ook mag voelen, heb vertrouwen. Onze beoefening is een pad naar het einde van lijden.
* * * * *
"Dus oefen met je koan, er is bevrijding mogelijk, het centrale thema van het boeddhisme. Hoe dramatisch je koan ook mag voelen, heb vertrouwen. Onze beoefening is een pad naar het einde van lijden."
