De Boeddha benoemde de oorzaak van ‘dukkha’ – lijden – als verlangen. Verlangen is iets waar we allemaal ruime ervaring mee hebben. We beginnen met meditatie, of elke andere religieuze of spirituele beoefening, met een verlangen. Een verlangen om bijvoorbeeld verlicht te worden, om je ware aard te leren kennen, je ware zelf, je Boeddha-natuur. Een verlangen om vrede te vinden en geluk. Maar ook dat verlangen is deel van de oorzaak van dukkha, van lijden.

Uiteindelijk zullen we elk verlangen naar iets moeten opgeven. Zolang we verlangen, kunnen we niet zijn in het moment en accepteren van wat is. Het is in het hier en nu dat vrede en het einde van dukkha te vinden is. Religies en spirituele tradities kunnen het gevaar lopen om wegen aan te geven waarin ons ego, ons ‘zelf’, heel mooi wordt en heel zuiver. Maar dat is uiteindelijk niet genoeg. De Boeddha gaf aan dat alleen in het loslaten van verlangen zelf het einde van dukkha te vinden is. Dit betekent een radicale acceptatie van wat is, van hoe we zijn in dit moment met alles erop en eraan. Met alle onrust, onvrede en alle kritiek en oordeel dat we ook mogen hebben op de dingen om ons heen of op onszelf.

Dogen (Japanse zenmeester uit de dertiende eeuw)

Dogen (Japanse zenmeester uit de dertiende eeuw)

Dōgen heeft in het hoofdstuk ‘De koan van het dagelijkse leven’ (Jap.: Genjo Koan) een vers geschreven:

“Het boeddhisme bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet.
Ontwaken door alles wat zich voordoet is de bevrijding
van je eigen lichaam en geest en die van anderen.
Geen spoor van ontwaken blijft over en dit spoorloze
ontwaken in eindeloos.

Jezelf vergeten. Wanneer ik meditatie uitleg, vergelijk ik het soms met het kijken naar een film. Je kan je tijdens het kijken de vraag stellen: “wie is het die kijkt?” of “wie (of wat) is gewaar?”. En die vraag helpt om de beelden, waaraan we zo hechten en ons mee identificeren, wat los te laten en innerlijke ‘ruimte’ te krijgen. Maar er is uiteindelijk geen zelf, geen ‘ik’ die waarneemt; er is slechts gewaarzijn. En de vraag kan dan ook niet leiden naar een antwoord waarin we ‘zicht’ krijgen op een ‘zelf’, een ‘ik’ dat we dan vervolgens moeten loslaten. Om werkelijk het einde van dukkha te vinden zullen we, wanneer die ruimte er is, weer naar het scherm moeten kijken en zien dat de beelden slechts schimmen zijn, projecties op het scherm. Richten we de blik teveel naar ‘ik’ dan blijven de ‘beelden’ – de emoties, gedachten, herinneringen, noem maar op – een realiteit voor ons bezitten omdat we ze nog niet echt doorzien hebben voor wat ze zijn. Met aandacht naar het scherm kijken is vergelijkbaar met het richten van een helle lamp op het scherm. De beelden vervagen en het scherm wordt weer duidelijk. Net als in de bioscoop wanneer de lichten aangaan.

Natuurlijk kan al lezende een verlangen opkomen om dit alles snel te doorzien, om begrip en inzicht te hebben. En ook dat verlangen leidt niet tot innerlijke vrede. Of er nu inzicht is of onwetendheid, in feite doet het er niet zoveel toe. Zit, en accepteer van wat is, ook al is er bijvoorbeeld een verlangen of geen acceptatie aanwezig. Het moment dat we ernaar verlangen om weg te stappen van wat zich hier en nu voordoet, “hebben we de weg al verloren”, zoals Dōgen in zijn ‘aanwijzingen bij het mediteren’ zegt. Keer terug met een open en heldere geest die aandacht koestert en daar is het! Er is geen ‘zelf’ die onwetend is noch is er is een ‘zelf’ die verlicht is. Er is alleen zijn in dit moment, tezamen met alles wat is. Dit te begrijpen is het verlangen voor iets, dat anders is dan wat zich hier en nu aan ons toont, en het leed, dat met dat verlangen samen gaat, loslaten. Mijn eigen meester zegt altijd: “Vertrouw de meditatie.”.

En gelijk heeft ie!

Download: Verlangen