Eerw.-meester-Meiten-110x150Eerw. meester Meiten is met haar 86 jaar de oudste monnik van de Orde van Boeddhistische Contemplatieven. Zij leeft en werkt in Vancouver Island in Canada waar ze leiding geeft aan de Vancouver Island Zen Sangha (http://www.vizs.org/). Onderstaand artikel is een vertaling door eerw. Baldwin van het hoofdstuk ‘Enhancing Our Lives’ uit haar boek ‘Reflections on the Path – Zen Training in Everyday Life’ (2008).


Niet lang voor zijn dood, sprak de Boeddha tot zijn volgelingen: “Ben een eiland voor jezelf; ben zelf je eigen toevlucht”. In deze lering nodigt de Boeddha ons uit om ons leven in onze eigen handen te nemen en ons niet afhankelijk te maken van wie dan wat betreft ons spirituele werk. Het is niet verbazingwekkend dat hij dit aan het eind van zijn vijfenveertigjarig leraarschap tegen zijn volgelingen zei want de Boeddha sprak vaak over het feit dat we als mensen de neiging hebben om de oplossing van al onze ongemakken en verlangens buiten onszelf te zoeken. Het is de moeite waard om hierover na te denken want zolang we deze lering niet werkelijk laten inzinken en daarom niet echt begrijpen dat het antwoord op het diepste verlangen van ons hart naar vervulling en veiligheid nooit gevonden kan worden buiten onszelf, belemmeren we onszelf op de veeleisende en soms ook opwindende en spannende innerlijke reis. Zoals een Lakota Indianenhoofd eens zei: “De langste reis die je ooit in dit leven kunt maken is de heilige reis van het hoofd naar het hart”. ‘Hart’ refereert hier aan alle verzamelde wijsheid die ons in het dagelijks leven helpt om goed te kunnen functioneren. In de Soetra van Grote Wijsheid vinden we de regel: “Deze Bodhisattva – boven de gewone menselijke geest uitstijgend – is Nirvana”. We dienen voorbij het hoofd te gaan, willen we tot Nirvana komen, het einde van lijden – het ‘hart’ uit de bovenstaande quotatie, en ook het hart van de Boeddha’s onderricht.

Als we kunnen onthouden dat bevrijdende Waarheid in onszelf gevonden wordt, kunnen we de uitdagingen van een spiritueel leven wel aan. Deze waarheid van het hart ervaren verbetert elk moment van ons leven. Dit doen we door ons spiritueel inzicht en ons keuzevrije gewaarzijn in elk moment te laten gelden. Hierdoor is het mogelijk om ons dagelijks leven te transformeren. Dit is een training en vraagt natuurlijk toewijding, moed, doorzettings-vermogen, energie, vertrouwen, geduld en vooral een grote mate van bereidwilligheid. Langzaamaan, als we echt op de weg naar het hart zijn gestapt, ontdekken we dat onze ‘moment-na-moment’conditionering ons niet langer omlaag trekt. De beoefening houdt ons staande en wordt meer en meer de gids in goede en minder goede tijden ‒ ‘goed’ hier in de zin van draagbaar en ‘minder goed’ als onaangenaam of bedreigend (op welke manier dan ook) voor dat wat ik als ‘mijzelf’ zie. Dit inzicht is waarlijk een wonder en moet ervaren worden. Zoals de Boeddha zei: “Geloof niet wat ik zeg eenvoudigweg omdat ik het zeg, maar ervaar de waarheid van wat ik zeg voor jezelf”. We doen dit door te oefenen en niet door alleen maar over de leer na te denken. Het cliché ‘oefening baart kunst’ klopt hier heel aardig. Dat we die ‘kunst’ kunnen aanraken is het geschenk dat we onszelf geven wanneer we met hart en ziel oefenen. Opnieuw, dit is niet iets dat iemand anders voor ons kan doen. Zoals de Boeddha zei: “Jij moet het werk doen; Boeddha’s kunnen alleen de weg wijzen”.

Dus ‘juiste inspanning’, de zesde factor van het Edele Achtvoudige Pad, is heel belangrijk in de Boeddha’s Middenweg ‒ zijn recept dat ons helpt om de zuiverheid van gewaarzijn in elk hoekje van ons leven te brengen. Gewaarzijn is een ander woord voor meditatie, aandacht, aandachtige focus, oplettendheid en zorgzaamheid. Zoals zenmeester Dogen schrijft in zijn ‘Aanwijzingen bij het mediteren’: “Er zijn duizend en één manieren om te oefenen maar zuivere meditatie moet altijd toegepast worden”. Hij zegt hier dat we een juiste inspanning moeten maken om de boeien van de geconditioneerde geest te breken. Dit doen we door de boeien te herkennen voor wat ze zijn en dit kunnen we alleen dank zij het middel van de aandacht. Dit is wat de Boeddha vijfenveertig jaar lang heeft onderwezen. Er zijn volgens het Boeddhisme drie soorten boeien: hebzucht, haat en onwetendheid. We kunnen ons niet werkelijk bevrijden van lijden zolang we niet inzien hoe het voortkomt uit omstandigheden die deze diepgewortelde reactiepatronen activeren. De Boeddha zei dat zijn onderricht, de Boeddhadharma, niet méér was dan het zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn. We willen dit echter niet doen zolang we verblind worden door onze gehechtheden aan ideeën en concepten die in het duister van ons bewustzijn leven ‒ gehechtheden die waarlijk onze vooronderstellingen vormen waarop ons leven is gebouwd. Onze mooie beoefening staat ons toe om stukjes weg te bikken van dat wat ons contact met de waarheid van wie wij zijn verduistert, de grote waarheid van eenheid waarin alles is gevat en omvat.

Deze waarheid kan alleen ervaren worden en niet geleerd want woorden en ideeën zijn er voor het gemak van het samenleven met anderen. Dit wil niet zeggen dat woorden niet waardevol zijn. Dat zijn ze zonder meer. Maar de vergissing die we soms maken is dat we de rationaliteit van woorden en ideeën elk aspect van ons leven laten overnemen. We bezwaren onszelf met het proberen te begrijpen van dat wat het hart al eenvoudig weet ‒ het Ongeborene voorbij taal en ideeën. Onze beoefening laat ons toe om met steeds groter gemak van de plek waar ons ‘kleine ik’ geconditioneerd en vaak blind bezig is naar het ongekende centrum te gaan dat ons altijd ondersteunt, kracht geeft, beschermt en op een stille wijze ons verdriet en vreugde omvat. Het is dit Ongeborene, Onveranderlijke en Tijdloze dat ons naar de andere oever wenkt, de Derde Edele Waarheid, het einde van lijden dat Nirvana is. Als we doorgaan op deze reis naar het hart, gaan we zien hoe onze dagelijkse keuzes en de daarop volgende handelingen niet alleen de kwaliteit van ons eigen leven verbeteren maar ook dat van anderen. Op deze wijze wordt het geschenk van onze eigen beoefening het grote geschenk dat we anderen aanbieden.