Een van de mooie aspecten van de boeddhistische beoefening is dat het de wereld zoals we die waarnemen, volledig serieus neemt en op waarde schat. In het boeddhisme koesteren we geen verlangens naar een hemel, naar een speciale bewustzijnsstaat, of naar een staat waarin we niet meer gevoelig zijn voor het leed in onszelf, en om ons heen. Bevrijding van lijden is volgens het boeddhisme niet te vinden in een afkeren (mentaal of fysiek) van de wereld waarin we leven.
De Boeddha sprak over het ongeborene, en over het feit dat wanneer we van het ongeborene bewust worden, we een bevrijding ervaren van onze gehechtheid aan het geborene, de dingen die komen en gaan. In de Soetra van Grote Wijsheid wordt het geborene de wereld van vorm genoemd. Het ongeborene wordt in diezelfde Soetra de leegte genoemd en tevens wordt daarin gesteld dat vorm niet anders is dan leegte en leegte niet anders dan vorm. In het ongeborene is alles onderling verbonden en verweven; alles is één. Dit is het non-dualistische zijn. In de wereld van vorm is alles verschillend; ieder ding is uniek en staat op zichzelf. Deze wereld kent zijn tegenstellingen zoals goed en kwaad, plezierig en onplezierig, pijn en vreugde, etc. M.a.w. de wereld van vorm is dualistisch. De werkelijkheid heeft dus gelijkertijd twee aspecten; een vorm aspect en een leegte aspect. Wij kennen onszelf natuurlijk vooral als vorm, ons unieke lichaam en geest, en kennen ook maar al te goed de tegenstellingen waarmee we leven. Maar we kennen veelal niet, of niet diep genoeg, ons leegte aspect, het ongeborene in onszelf. Het bewust worden van het ongeborene is deel van wat de Boeddha ontwaken tot de werkelijkheid noemde.

Een populaire weergave van de Boeddha Maitreya, de Boeddha van liefdevolle vriendelijkheid.

Een populaire weergave van de Boeddha Maitreya, de Boeddha van liefdevolle vriendelijkheid.

Een van de belangrijke inzichten die we in onze beoefening kunnen hebben, en deel is van het ontwaken, is dat we volledig vrij zijn om elke gewaarwording, of het nu een angstige of zorgelijke gedachte is, een gevoel van afkeer of pijn, of een onprettige zintuiglijke gewaarwording, met liefdevolle vriendelijkheid tegemoet te treden. Er is werkelijk niets dat ons belemmert om met zachte ‘ogen’ te kijken naar wat zich aan ons aandient. We denken vaak dat we hierin belemmert worden door de mentale en fysieke spanningen die gewaarwordingen vaak in ons teweegbrengen, spanningen die hun wortels deels hebben in conditioneringen waaraan we in het leven hebben blootgestaan of nog staan, en deels in biologische conditioneringen, de vecht-of-vluchtreacties waarmee we geboren zijn. Deze spanningen laten zich soms zo snel en acuut voelen, dat het lijkt alsof we geen keuze hebben anders dan die spanningen te zijn.

Het boeddhisme leert dat we wel altijd een keuze hebben en dat we wat ervaren wordt, inclusief de mentale of fysieke spanning, tegemoet kunnen treden met liefdevolle vriendelijkheid. Het hebben van deze keuze betekent niet dat we in alle situatie dus ook ontspannen kunnen of moeten zijn. Die gedachtefout wordt vaak gemaakt waarmee ook meteen een verwachting wordt gecreëerd dat het op de een of andere manier mogelijk moet zijn om ‘op een roze wolk’ door het leven te kunnen gaan, volledig ontspannen en nooit emotioneel diep geraakt door wat zich voordoet. Die verwachting wordt nooit waargemaakt want ze is onrealistisch. We hebben een lichaam en geest en zijn daarmee diep geconditioneerde wezens en zullen dat in meer of mindere mate ook altijd blijven. Maar niets staat ons in de weg om die conditioneringen volledig te accepteren en te ervaren voor wat ze zijn, gewoontepatronen die zich veelal als spanningen laten voelen in lichaam en geest. Toch is het accepteren en dus doorvoelen van innerlijke spanningen niet makkelijk omdat er vaak een oordeel aan vast zit; ‘ze horen er niet te zijn’, of ‘ik doe iets niet goed’, ‘dat is me aangedaan’, ‘ik ben dus onverlicht!’ etc. Het liefst voelen we ze niet en dat is precies de reden waarom ze in ons ingebed blijven liggen en ons steeds weer aanzetten tot ontwijkend gedrag. Liefdevolle vriendelijkheid doorbreekt de gewoonte om dat wat onplezierig is te ontwijken en schept daarmee de ruimte om te leren anders naar wat ervaren wordt te kijken en er mee om te gaan.

Conditioneringen zijn in zichzelf niet goed of slecht. Wanneer ze gezien worden voor wat ze zijn, wijzen waarop ons lichaam en geest op een bepaalde situatie reageert, kunnen ze veranderd worden of tot oplossing worden gebracht wanneer ze tot lijden leiden. Met andere woorden, we kunnen ons vorm aspect met al zijn bijbehorende gewoonten in liefdevolle vriendelijkheid volledig toelaten en doorvoelen in de stilte en ruimte van ons zijn, het ongeborene is ons, zodat het vorm aspect niet meer een oorzaak van lijden wordt voor onszelf en anderen. Liefdevolle vriendelijkheid leidt ons van ‘vorm’ naar ‘leegte’, naar het ‘ongeborene’, maar daar stoppen we niet.

Er is een vers die in tempels en kloosters dagelijks wordt opgezegd:

Hoe groots en wonderbaarlijk is het kleed der verlichting
vormeloos omvat het alle goeds.
Ik wil de Boeddha’s leer ontvouwen,
zodat ik al wat leeft van leed mag bevrijden.

De eerste twee regels verwijzen naar de leegte, het ongeborene, die de bron is van alle goeds. De volgende twee regels verwijzen naar het verwerkelijken van het ongeborene, het weer vorm geven aan die vormloze bron van alle goeds, zodat ons leven niet alleen maar draait om onszelf maar ten diepste ten goede komt aan anderen. Er is in deze wereld veel leed, soms dichtbij, soms ver weg. Via de media komt dat verre leed toch vaak weer dichtbij. Dat leed toelaten met liefdevolle vriendelijkheid zal betekenen dat ons hart geraakt zal worden. Het leed van de ander wordt dan heel even ons leed. En als we dit niet ontwijken of ons daarvan afleiden, zal ons hart antwoorden met een inzicht in wat we kunnen doen. Dat kan variëren van anderen helpen, of andere keuzes in ons leven maken, misschien op politiek gebied of wat leefstijl, voeding e.d. betreft, of een goed doelen steunen, of vrijwilliger worden, etc. Ook een dankbaar besef van hoe goed we het zelf hebben kan een antwoord van het hart zijn. Het zal voor iedereen en in elk nieuw moment anders zijn. De wijsheid die voortkomt uit de liefdevolle acceptatie van leed, of het nu ons eigen leed is of het leed van anderen, is altijd een wijsheid die we vorm zullen moeten geven willen we werkelijk ontwaken tot het ongeboren aspect van onszelf en de wereld. Blijven steken in een passieve houding ten opzichte van het leed gevoeld in ons eigen hart, en geen gevolg geven aan het antwoord van het hart op dit leed, is blijven steken in een persoonlijke ‘verlichting’ die geen echte verlichting is want onze eenheid en onderlinge verbondenheid met alle bestaan is daarin nog niet doorzien. Onze beoefening is elk moment weer naar het hart luisteren en antwoord geven. Die beoefening kent geen begin en geen einde, slechts dit moment waarop vorm en leegte het waarde en betekenis geeft.

Zenmeester Dogen verwoord het mooi:

De Boeddha-weg bestuderen is jezelf bestuderen. Jezelf bestuderen is jezelf vergeten. Jezelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet. Ontwaken door alles wat zich voordoet, is de bevrijding van de scheiding tussen jezelf en anderen. Geen spoor van ontwaken blijft over en dit spoorloze ontwaken is eindeloos.*)

 

*      *      *      *      *

*) Uit het hoofdstuk Genjō-kōan, Shōbōgenzō. Van Eihei Dōgen (1200 – 1253)