Enige weken geleden was een scholiere hier in de tempel voor een vraaggesprek. Ze moest van school een werkstuk maken en had het onderwerp voltooid leven gekozen. Ze begon ons gesprek met de vraag wat volgens het boeddhisme het doel van het leven is. Ik vond het een bijzonder goede eerste vraag want als we over voltooid leven spreken, wanneer kunnen we dan spreken van voltooiing en voltooiing van wat dan?

De vraag over het doel van het leven ben ik nog niet in de discussies op de radio en tv over dit onderwerp tegengekomen en misschien wel voor goede redenen. Vragen over zingeving zijn over de tijd meer en meer uit het maatschappelijke leven verdwenen en naar de privésfeer teruggedrongen, wat past in het toenemende individualistische karakter van de huidige westerse maatschappij. Of misschien kunnen we wel stellen dat zingeving in de laatste decennia vooral een economische invulling heeft gekregen.

Wanneer diepere vragen over het leven en de zingeving daarin tot een maatschappelijk debat wordt, lijkt men daarin de laagst gemene deler als richtlijn te hanteren. In het geval van voltooid leven is dat de opvatting dat het leven niet meer is dan het zoveel mogelijk vergaren van positieve ervaringen. Wanneer dat door ouderdom of ziekte niet meer kan, of ernstig belemmerd wordt, lijkt in die opvatting het leven zijn zin te hebben verloren. Sommigen gaan zelfs zo ver door aan die opvatting het recht te willen ontlenen om aan het leven een eind te kunnen maken, zich beroepend op al die voorbeelden van ouderen die in ellendige situaties, eenzaam en afhankelijk, hun laatste jaren moeten doorbrengen.

Vroeger gaf religie een houvast in moeilijke tijden waarin we lichamelijk (of mentaal) lijden. Ons leven werd gezien als deel van een groter plan waarin gelovigen zich geborgen konden voelen. Religie gaf niet alleen mentale steun maar ook fysieke steun door de hechte sociale banden die binnen geloofsgemeenschappen bestonden en het maatschappelijke leven was daar deels ook op ingesteld. De ontkerkelijking in het westen heeft er mede toe geleid dat deze vormen van ondersteuning deels of volledig zijn weggevallen. Helaas lijkt een nogal kil technocratisch denken de plek van religie te hebben overgenomen in hoe we het leven en de maatschappij inrichten. Zelf zie ik de problemen met de ouderenzorg en een humane stervensbegeleiding dan ook voor een deel voortkomen uit de spirituele armoede waarin we als maatschappij momenteel verkeren.

De Boeddha sprak soms over voltooid leven. Voor hem was de ontwaakte mens iemand die de zin van het leven volledig had doorgrond en daardoor een voltooid leven leefde; de oorzaak van lijden was doorzien en tot een einde gebracht door het volledig toepassen van de acht aspecten van het Achtvoudige Pad. In het boeddhisme zijn alle positieve en negatieve ervaringen niet het hoofdbestanddeel van het leven, net zoals de golven niet het hoofdbestanddeel zijn van de oceaan. In vergelijking daarmee zijn ze zelfs niet bijzonder significant. Dat we dat soms anders beleven, wijst naar de wijze waarop we het leven begrijpen, niet naar het leven zelf. Het vraagt niet veel van ons om wat dieper te kijken en te beseffen dat onder het komen en gaan van alle ervaringen een diepere waarheid ligt over onszelf en wat we zijn, als individu en collectief. Die waarheid is vrij van het lijden van eenzaamheid, zinloosheid, verveling, en al die andere dingen waarvan we denken dat ze ons leven soms ondraaglijk kunnen maken.

Nu wil ik niet voorstellen dat ouderen die desondanks hieronder lijden meteen moeten gaan mediteren om daarmee hun problemen op te lossen. Zo eenvoudig is het niet. Onze maatschappelijke worsteling om een goede ouderenzorg te organiseren en een goed wettelijk raamwerk waarin iedereen een waardig levenseinde kan hebben binnen ons hoogtechnisch medisch zorgsysteem is slechts deel van een grotere worsteling ons leven te organiseren op een wijze waarin de waardigheid en integriteit van elk levend wezen en de natuurlijke wereld waarvan alles deel uitmaakt centraal staat. We leven in een tijd waarin de tegenstellingen, met name voortkomend uit het economisch denken, groter aan het worden zijn met nogal verontrustende maatschappelijke en ecologische gevolgen, niet alleen binnen onze landsgrenzen maar wereldomvattend. Misschien was er nog nooit zo groot een noodzaak om het leven vanuit een dieper perspectief te zien, een perspectief waarin termen als onderlinge verbondenheid, mededogen en inzicht bepalend zijn.