Helaas is er weer een aanslag gepleegd, dit maal was het vooral gericht op jongeren. En weer uitgevoerd door iemand die vanwege radicale opvattingen bereid was niet alleen anderen te doden maar ook zichzelf. Trump heeft in een reactie terroristen ‘losers’ genoemd en daar heeft hij gelijk in. Denken dat een ideaal bereikt kan worden door het creëren van lijden leidt altijd tot verlies. Dat heeft de geschiedenis wel uitgebreid bewezen. Alle strijd door welke terroristische organisatie ook is op niets uitgelopen. De terroristen van tegenwoordig zouden er goed aan doen om eens in gesprek te gaan met de IRA, de FARC, de Tamil Tijgers of de Baskische ETA beweging; de strijd van alle deze groeperingen werd na veel bloedvergieten opgegeven omdat het keer op keer niets opleverde, alleen maar verlies. Ze waren allemaal ‘losers’.

Ook zijn terroristen ‘losers’ in een diepere betekenis. Ze komen allemaal tot hun strijd via radicalisering van hun denken. Ze denken hun gevoel van tekortkomingen te kunnen bestrijden door een ‘hoger’ doel na te streven en het plegen van een ‘heroïsche’ daad en zijn onwetend over het feit dat ze slaaf zijn van hun eigen geconditioneerde denken met al het lijden voor anderen en voor henzelf dat daaruit voortvloeit. Door hun onwetendheid zullen ze nooit hun diepste wens realiseren.

Nu lijkt het alsof radicalisatie alleen maar te maken heeft met de Islam maar niets is minder waar. Al de bovengenoemde terroristische organisaties maken dat al duidelijk. De twintigste eeuw is er een geweest met een overdaad aan radicalisatie met rampzalige gevolgen, van de ‘killing fields’ van Cambodja tot aan de concentratiekampen, de goelags en de slagvelden bij Verdun en de Somme. Allemaal gevolgen van een denken van leiders én volgers dat steeds radicaler en extremer werd en steeds meer overtuigd van het eigen gelijk.

Radicalisatie komen we ook in onze eigen vertrouwde omgeving zo nu en dan tegen, of we horen of lezen erover. De vader die zichzelf doodt nadat hij eerst zijn kinderen of hun moeder gedood heeft, de bedreigingen en de racistische of sexistische taal die geuit wordt door gebruikers van sociale media naar diegenen waarmee ze het oneens zijn, het zijn allemaal voorbeelden waarin het denken zich heeft geradicaliseerd en de persoon letterlijk niet meer het lijden ziet dat hieruit voortvloeit.

Ook in ons eigen leven treedt radicalisatie soms op, zij het gelukkig meestal tijdelijk. We hebben waarschijnlijk allemaal wel eens met anderen verhit gediscussieerd over bijvoorbeeld de politiek of over sociale vraagstukken en daarbij steeds extremere standpunten ingenomen om vervolgens wat later te beseffen dat we het eigenlijk niet zo uitgesproken bedoeld hadden. En wie heeft niet eens dingen gezegd en er later spijt van gehad. We gaven ons denken even alle ruimte maar een diepere intelligentie in ons begreep uiteindelijk dat dit tot een zekere mate van afscheiding leidde die we eigenlijk niet wilden.

Wanneer we in een omgeving of situatie zijn die onze geest stimuleert om vast te houden aan onze eigen denkbeelden, of ons aanspoort de denkbeelden van een gezagspersoon of groep waartoe we (willen) behoren te volgen, kan radicalisatie binnen hele korte tijd optreden. Dat werd al aangetoond in de meest bekende variant van het experiment van Stanley Milgram uit de jaren zestig van de vorige eeuw waarin ongeveer tweederde van de proefpersonen dusdanig gevoelig bleek voor autoriteit dat zij in een wetenschappelijk experiment bereid waren een medemens pijnlijke en zelfs fatale elektrische schokken te geven.

Wanneer we meditatie beoefenen zitten we met een gelijkmoedige houding waarin we niets belangrijk vinden. Welke ervaring we ook hebben, welke gedachten en emoties zich ook in ons voordoen en welke zintuiglijke gewaarwordingen we ook hebben, we laten de geest niet focussen op een aspect van onze ervaring want zodra we dit doen gaat de geest het benoemen, er verdere gedachten over creëren, het beoordelen of misschien wel veroordelen. Elke focus van de geest laten we steeds verzachten zodat de aandacht steeds weer open en ruim wordt. Het denken wordt hierdoor een stuk rustiger. De gedachten die opkomen, hoe geconditioneerd ze ook mogen zijn, zullen dan weer oplossen zonder dat ze ons verstoren.

Als voor de geest niets belangrijk is kan elk moment, zoals die is, ervaren worden in zijn totaliteit. Voor de diepere intelligentie in ons die we de wijsheid van het hart kunnen noemen, is elk moment in zijn geheel het belangrijkste want het is ons leven zelf. En dit moment van leven bestaat altijd uit mijn eigen aanwezigheid samen met die van anderen en de wereld om me heen. Het volgt dan ook dat de wijze waarop we reageren op wat we ervaren ook belangrijk is want dat maakt ook deel uit van het geheel. Als voor de geest niets belangrijk is en voor het hart alles zullen we vanzelf aandachtiger gaan leven en, beseffend dat alles deel is van een groot geheel, er voor gaan zorgen dat we niet door onopmerkzaamheid anderen of de wereld om ons heen schade toebrengen. We zullen de geest dan vrijelijk kunnen gebruiken door het daar te laten focussen wanneer het nodig is maar elke mentale hechting wordt vermeden of losgelaten omdat we weten dat dit tot een gefragmenteerde visie op het geheel kan leiden die gevoelig is voor radicalisatie en uiteindelijk uitmondt in lijden voor zelf en anderen.

‘Losers’ denken dat ze anderen moeten overwinnen en winnaars onder verliezers moeten zijn. Wijzen zoals de Boeddha – in sommige teksten de Overwinnaar genoemd – weten dat het enige dat overwonnen moet worden de eigen onwetendheid is. Deze overwinning maakt geen slachtoffers en creëert ook geen verliezers. Een werkelijke winnaar wenst iedereen winnaar te zijn.