hart wolkWanneer we mediteren, is het eerste wat we doen, het ruimte geven aan alle dingen waarvan we gewaar zijn, of dat nu lichamelijke gewaarwordingen zijn, gedachten, of geluiden, visuele indrukken, geuren etc. Ruimte aan ze geven betekent ze allemaal laten komen en gaan, zonder reactief te worden door in de weerstand te schieten of te verlangen naar andere, meer prettige ervaringen. Het is een verwelkomen van wat is, net zoals je een vriend of bekende die plotseling voor je deur staat naar binnen verwelkomt. Je kan alleen echt verwelkomen wanneer je hart open en ruim is en je geest ontspannen.

Wanneer we mediteren wordt het na verloop van tijd duidelijk dat alle gewaarwordingen die tezamen de ervaring van het hier en nu vormen, ook altijd plotseling voor de deur van onze aandacht staan. Je weet nooit precies wat de volgende gedachte, gevoel of zintuiglijke indruk gaat zijn totdat hij zich heeft aangediend. Kan je ze verwelkomen en binnenlaten, ook de wat minder prettige?

Iedereen die wel eens gemediteerd heeft weet dat dit verwelkomen van wat zich aandient niet altijd makkelijk is, vooral als het ‘moeilijke’ gedachten of emoties betreft; we reageren dan gauw vanuit een weerstand, met als resultaat een lichte spanning die in zichzelf onprettig is en het zoeken naar prettige ervaringen versterkt. Al snel wordt het een vicieuze cirkel die pas doorbroken wordt wanneer zich iets aandient dat als prettig wordt ervaren waardoor het zoeken ophoudt en de spanning oplost. Deze sequentie lijkt dan te bevestigen dat de prettige ervaring de oorzaak is van het oplossen van de spanning, wat onze gewoonte om op een onprettige ervaring te reageren vanuit weerstand zal doen voortbestaan en versterken. Echter, als we goed kijken zien we dat de spanning niet echt oplost maar als het ware ‘ondergronds’ gaat. Het werkelijk oplossen van de spanning in lichaam en geest komt voort uit een staken van het zoeken naar iets anders dan wat zich nu aan ons voortdoet, en met liefdevolle vriendelijkheid ruimte geven aan wat nu is.

Ons lichaam is altijd in het hier en nu, en ervaart het voor wat het is. Alhoewel ons hart altijd de huidige ervaring feilloos registreert, is dit voor het hoofd, voor onze aandacht, vaak heel anders. Die kan makkelijk weglopen van de huidige ervaring en de toekomst of het verleden induiken, en zich verliezen in dromen, fantasieën en allerlei aannames over wat de huidige ervaring eigenlijk betekent. Wanneer hoofd en hart niet meer één zijn in het hier en nu, ontstaat vanzelf een spanning. Gelukkig maar want anders zou het moeilijker zijn om bewust te worden dat hoofd en hart niet samen zijn.

Wanneer we merken dat het hoofd niet bij de ervaring van het hier en nu is, dan brengen we de aandacht weer terug naar wat nu ervaren wordt, en maken haar weer ruim en vriendelijk. We vertrouwen onszelf toe aan de ervaring van wat is. Hoofd en hart komen samen en worden weer één. Het hoofd en hart samen brengen en ruim en vriendelijk maken van de aandacht is wat een groot deel van de beoefening is. Hoe meer hoofd en hart samen komen, hoe meer onze intuïtieve wijsheid zich herstelt. Het is een wijsheid die er van nature al is, en niet geconditioneerd is door oude gewoonten: ze is vrij van angsten, verlangens, of meningen, opinies, politieke opvattingen, en al die andere dingen waar we aan vasthouden omdat we ons ermee vereenzelvigen. Het is een wijsheid die voortkomt uit de directe ervaring van het hier en nu en ons laat weten wat nu goed is om te doen, wat nu goed is om te zeggen en zelfs wat nu goed is om te denken. Het zijn de drie aspecten die volgen op juist inzicht, het eerste aspect van het Achtvoudige Pad van de Boeddha.

Ons bewustzijn heeft in zich een gevoel van ruimte. En hoe meer we die ruimte in ons voelen, hoe prettiger we ons voelen. Daarom houden we ook van ruimte om ons heen, bijvoorbeeld de ruimte in de natuur, of aan de zee. Op de een of andere manier voelen we dan onze innerlijke ruimte samensmelten met de uiterlijke ruimte waardoor we dieper ontspannen. Eigenlijk is er geen innerlijke en uiterlijke ruimte; onze ‘innerlijke’ ruimte kan ver voorbij het lichaam reiken in de ruimte om ons heen. Er is nooit werkelijk een grens die we kunnen ervaren tussen ‘innerlijke’ en ‘uiterlijke’ ruimte. De ruimte van ons bewustzijn is op de een of andere manier grenzeloos.

Elk lichamelijk gevoel, elke gedachte, elke herinnering of mentaal beeld, maar ook elke zintuiglijke gewaarwording ontstaat en wordt vervolgens ervaren in die ruimte van ons bewustzijn. Dat ook elke zintuiglijke gewaarwording in die ruimte ontstaat, is voor de geest, die in termen van tegenstellingen als binnen en buiten, hier en daar, ik en jij, denkt niet te bevatten. “Een geluid komt van buiten, niet van binnen!” Maar onze ervaring toont ons dat alles wat ervaarbaar is niet buiten de ruimte van het bewustzijn ontstaat maar erin. En het lost ook op in diezelfde ruimte. Hoe meer we dit gaan inzien, hoe meer het juiste inzicht ontstaat dat wat er ook ervaren wordt, het nooit gescheiden is van, en niet wezenlijk anders is dan wat ik ben. Want als alles in de ruimte van het bewustzijn verschijnt en verdwijnt, dan moeten ze ook gemaakt zijn uit dezelfde substantie als de ruimte waarin ze verschijnen en verdwijnen, net zoals de wolken tijdelijke verdichtingen zijn van de substantie waaruit de lucht bestaat, en golven tijdelijk gemaakt zijn uit het water van de zee. En als de ruimte van het bewustzijn mij het weten schenkt dat ik ben, dat ik besta, dan kan het niet anders zijn dan dat alles wat verschijnt in die ruimte niet gescheiden kan zijn van het feit dat ik besta. M.a.w. alle dingen maken mij, en ik vind mijzelf gereflecteerd in alle dingen, in alle prettige dingen én in alle onprettige dingen. Het maakt niet uit.

Als dit inzicht er is, hoe kunnen we dan nog het ene liefhebben en het andere haten, weerstand hebben tegen dit en verlangen naar dat. Het geheel, hier en nu, ben ikzelf. Wie wil daar nog oorlog tegen voeren? Het is dit inzicht, het eerste aspect van het achtvoudige Pad, dat ons bevrijdt van lijden.

    *     *     *    *    *