Als boeddhistisch monnik en afgestudeerd bosbouwkundige, met specialisatie tropische bosecologie, wil ik graag reageren op de recente protesten tegen de dierensterfte in De Oostvaardersplassen. De mensen van Staatsbosbeheer die het natuurreservaat beheren, alsook deskundigen op het gebied van natuurbeheer, vinden dat in dit reservaat de natuur zijn gang moet kunnen gaan, ook als het elke winter weer opnieuw vele dierlevens vraagt door verhongering. De gewone burger wordt verteld dat de natuur nu eenmaal zo werkt en we als mens daarin niet moeten ingrijpen. Het verrast mij steeds opnieuw hoe makkelijk de betrokken deskundigen over de natuur spreken alsof het iets is dat op zichzelf staat. De waarheid is echter dat ‘de natuur’ als zodanig niet bestaat. ‘De natuur’ is een concept en een woord dat aan iets gegeven wordt waar wij als mensen geen integraal deel van uit lijken te maken. De natuur als concept is vaak verrassend gelijk aan het concept ‘God’; het heeft een eigen wil en een eigen kwaliteit – de natuur is wreed –, en een eigen wijze van functioneren. We krijgen te horen dat we ‘de natuur’ zijn gang moeten laten gaan en dat ingrijpen ongewenst is want dan verstoren we de ‘natuurlijke’ gang van zaken. Dit laatste geldt natuurlijk vooral voor hen die niet weten hoe ‘de natuur’ werkt. Het is een bijna religieuze benadering en dat van wetenschappers!

Er is echter geen ‘natuur’ anders dan wat we ecosystemen kunnen noemen, uitgebreide netwerken van planten, dieren (inclusief de mens) en omgevingsfactoren zoals bodem, klimaat e.d. In ecosystemen is alles met elkaar verbonden en onderling afhankelijk, wat een oud boeddhistisch inzicht is in hoe alle dingen één geheel vormen. Binnen ecosystemen geldt een duurzaamheidsprincipe: binnen het netwerk van planten, dieren en omgevingsfactoren bestaat een delicaat evenwicht waardoor een ecosysteem duurzaam kan voortbestaan, alhoewel er altijd een zekere mate van verandering in plaatsvindt, soms over lange tijd, want niets blijft ooit hetzelfde zoals het boeddhisme zegt. Naarmate elementen binnen het netwerk veranderen zal het ecosysteem langzaam evolueren.

Omdat de mens in de laatste paar eeuwen een dominante factor binnen de meeste ecosystemen is gaan vormen, is het behulpzaam om ze te splitsen in mens-onafhankelijke ecosystemen en mens-afhankelijke ecosystemen. In de eerste is de invloed van de mens dusdanig klein dat het systeem duurzaam blijft bestaan onafhankelijk van de mens. Een voorbeeld is het helaas steeds kleiner wordend areaal van primair tropisch regenwoud. In de meeste ecosystemen is de mens bepalend aanwezig en zijn ze meestal grotendeels afhankelijk van de mens voor hun duurzaam voortbestaan. Omdat ons land bijna geheel door de mens is gemaakt, kan je van geen enkel ecosysteem in dit land zeggen dat het mens-onafhankelijk of ‘natuurlijk’ is, laat staan De Oostvaardersplassen dat tot vrij recent nog open zee was. Om dit gebied opeens een stukje natuur te noemen, of een natuurreservaat waar de natuur zijn vrije loop moet kunnen gaan, is eigenlijk te gek voor woorden.

De mens heeft een bijzondere positie in mens-afhankelijke ecosystemen; het is een morele positie die niet vaak begrepen wordt. De mens is net als een dier een levend en bewust wezen dat niet alleen weet heeft van zijn eigen bestaan maar ook zijn leven wilt behouden en behoeden voor pijn en lijden. Alhoewel een belangrijke 17de eeuwse grondlegger van de Westerse wetenschap, René Descartes, nog dacht dat uitingen van stress en pijn bij dieren niet meer waren dan mechanistische reacties op interne of externe prikkels, weten we nu (hopelijk) wel beter. Ook dieren zijn bewuste wezens, net als wijzelf, alhoewel de mens het meest ontwikkelde vermogen heeft om over zijn eigen zijn en lijden na te denken, en niet alleen over zichzelf in het huidige moment maar ook over zichzelf in het verleden en in de toekomst. Daarmee is de mens het meest in staat de toekomst op een dusdanige wijze vorm te geven dat pijn en lijden, of de bedreigingen ten aanzien van zijn eigen voortbestaan, worden vermeden of verminderd.

Omdat elk mens ook bewust is van het bewust zijn van anderen dan hemzelf, kan hij op een dusdanige wijze handelen dat toekomstige pijn, lijden of levensbedreigingen voor hen worden vermeden of verminderd. Ouders zullen dit veelal zonder nadenken doen voor hun kinderen, net als familieleden onderling, vrienden, en leden van hechte sociale gemeenschappen. Wij mensen zijn ook bewust van het bewust zijn van dieren en we kunnen ook dusdanig handelen dat voor hen onnodig leed en levensbedreigingen worden vermeden. Elke huisdierbezitter zal instinctief niet anders doen dan dat. Dit bewust zijn van het feit dat andere bewuste wezens niet anders willen dan wijzelf, in veiligheid en zonder onnodige leed te leven, is de basis van het menselijk moreel besef; het maakt de diersoort die we zijn tot mens en daarmee bijzonder. Het moreel besef is inherent in ons aanwezig maar we kunnen zodanig worden geconditioneerd door opvoeding, scholing, indoctrinatie, en zoals het boeddhisme zegt door haat, hebzucht en onwetendheid, dat we ons moreel besef gaan negeren. En daarmee beginnen de problemen.

Zo kunnen we wijsgemaakt worden dat onze moreel besef er niet hoeft te zijn voor hen die buiten onze eigen familie-, sociale, religieuze of nationale gemeenschap staan. Of dat het er niet hoeft te zijn voor dieren die niet onze huisdieren zijn. Misleid dragen we de verantwoordelijkheid dat ons moreel besef ons brengt dan over aan een hogere autoriteit: aan politieke of religieuze leiders of ‘deskundigen’ die namens een onaantastbare absolute autoriteit zoals God, De Natuur, of een politiek of economisch ideaal handelen. We zien het om ons heen steeds weer gebeuren met alle ellende van dien.

Ook bij de De Oostvaardersplassen, een gebied dat geheel door de mens is gecreëerd, waarin deels door de mens gefokte dieren zijn geplaatst en waaromheen een groot hek is gezet, worden we gevraagd om ons moreel besef te laten varen en te vertrouwen op de deskundigen die handelen namens De Natuur. Het is goed dat mensen hiertegen in verzet komen. Alhoewel de actievoerders vaak weggezet worden als over-emotioneel – recentelijk werd in Nieuwsuur fijntjes vermeld dat het toch vooral vrouwen zijn die protesteren – lijkt mij dat de actievoerders de vinger op de zere plek leggen. Van een door de mens gecreëerd, en daardoor van de mens-afhankelijk ecosysteem, kan de mens niet simpelweg van het onnodige leed dat door zijn creatie aan de gevangen dieren wordt toegebracht weglopen met het argument dat de moraliteit van het geheel rust bij De Natuur. Dat de actievoerders wellicht zelf niet volledig consistent zijn in het naleven van hun moreel besef – een verder argument om de actievoerders te diskwalificeren – maakt hun bezwaar tegen het dierenleed in De Oostvaardersplassen niet minder juist. Het tot volle wasdom brengen van ons moreel besef in ons denken, spreken en handelen is de basis van het boeddhisme en wordt gezien als een pad naar een volwassenheid als mens waarin de consistentie steeds meer groeit totdat we het Boeddhaschap bereiken.

Natuurlijk is de oplossing van het dierenleed in De Oostvaardersplassen niet dat we continue achter elk dier aanlopen met een zakje voedsel en een stok om belagers weg te jagen. Ook de actievoerders zijn niet naïef. Wat wel nodig is, is dat we stoppen met het verschuilen achter ideologieën, theorieën en aannames, kokervisies e.d. en echt kijken naar levende wezens als levende en bewuste wezens. Wanneer we onze medemens werkelijk in de ogen kijken, of een dier werkelijk in de ogen kijken, zonder het filter van alle verzamelde mentale bagage die we vaak met ons meedragen, weten we in het diepst van ons hart de eenheid van alle bestaan. Dat hoeft ons dan niet verteld te worden. Vanuit dat echt zien en het echt horen van elkaar, kan gewerkt worden aan een oplossing die recht doet aan het wonder dat we bewust leven noemen, en dat als dieren rondloopt in De Oostvaardersplassen.

Het boeddhisme roept ons op om geen leed te veroorzaken, dat te doen wat goed is en onze geest te zuiveren van wat ons moreel besef versluiert. De grote problemen van onze tijd – vrede en veiligheid, klimaatverandering, sociale en economische ongelijkheid, de economische exploitatie van mens en dier, het massale uitsterven van dier- en plantsoorten, enz. – zijn goedbeschouwd in hun essentie allemaal morele problemen die we alleen maar echt kunnen oplossen als we diep in onszelf en gezamenlijk onze morele verantwoordelijkheid beseffen die we naar alle levende wezens en de planeet waarop we leven hebben en er vervolgens naar handelen.