Fer1-225x300Een artikel van Fer de Deken. (Een nieuwe bewerking van een artikel dat eerder als bijlage bij een nieuwsbrief uitgezonden.)


Bij het beoefenen van de Dharma in het dagelijkse leven is het behulpzaam om de twee fundamenteel verschillende informatie verwerkende processen te kunnen onderscheiden. Het ene is een cognitief proces, het andere meer een intuïtief proces.

Bedenksels:

Ik wordt wat bezweet wakker. Het is drie uur in de nacht. Het lampje boven mijn bed in het ziekenhuis brandt flauwtjes. De nachtzuster maakt mijn buurman wakker voor een injectie. Mijn medicijnen slaan goed aan. Alleen de bijwerking is dat mijn immuunsysteem plat wordt gelegd. Dat betekent dat ik vatbaarder ben voor infecties. Mijn buurman heeft een virus wat ze niet onder controle kunnen krijgen. Misschien opgelopen in Turkije. Iedereen weet dat je de meeste infecties oploopt in ziekenhuizen. Twee jaar geleden kreeg ik ook zo’n kuur en liep ik een longontsteking op. Mijn overbuur aan de andere kant van de zaal heeft een ontsteking aan zijn been, straks loop ik die bacterie ook nog op. Etc etc. De angst groeit met elke nieuwe bedenking die ik maak. Op een dunne bodem van feiten wordt de ene gedachte op de andere gedachte voor waar opgestapeld waardoor alleen de angst gevoed wordt. Er lijkt geen rem op die gedachtentrein te zitten. Ik krijg een dikke keel. Een luchtweg infectie? Of grijpt de angst me bij de keel? Ik ga manieren bedenken om hier weg te komen. Zeggen dat ik met de behandeling stop? En dan doodgaan aan mijn ziekte? Ik voel me gevangen en machteloos. Dan besluit ik uit het denken te stappen en naar mijn lichaam te gaan. Aandacht op mijn ademhaling rustig en diep. Dan de aandacht op mijn spieren van beneden naar boven tot ze ontspannen zijn. Dan gedachten loslaten en concentratie op de beelden die boven komen, die als in een film voorbij laten komen, het voorstadium van dromen, dan val ik in slaap. In twintig minuten… Een Zentraining heeft zo zijn voordelen.

Ingeving:

Een groep zit voor het eerst bijeen. Veel mensen kennen elkaar niet. Het boeddhisme hebben ze gemeenschappelijk. Er is een vriendelijke wat gespannen sfeer. Het is ongewoon zo nieuw bij elkaar. Er wordt over ditjes en datjes als de koffie gepraat en wat gelachen. Ik zit er ontspannen en stil van binnen bij, maar met volle aandacht. Ik ben afwachtend al weet ik niet waarop. Iedereen zit en er valt een stilte. Het groepsgesprek gaat beginnen. Iemand neemt de stoute schoenen en stelt een vraag over de beste plaats om te mediteren. In een flits zie ik de kansen voor een vergrote deelname van iedereen aan dit gesprek. Ik geef een compliment en stel de vraag aan allen wat voor hen de beste plaats is. Het gesprek krijgt hier door een algemeen karakter en een ieder voelt zich betrokken bij de groep en het onderwerp.

Bedenksels:

Op een bodem van werkelijkheid, de medicijnen leggen mijn immuun systeem inderdaad plat, leg ik de ene angstige gedachte op de andere. De virussen van de ene buurman, de bacterie van de andere, dat je in ziekenhuizen de meeste infecties oploopt. Op zich zijn al deze dingen waar. Onderzoek heeft echt uitgewezen dat men hier de meeste infecties oploopt. Maar doordat deze gedachten worden gestapeld in een geïsoleerde koker zonder verbinding met buiten wordt het irreële angst. De gedachtengang is op zich logisch, maar de verbroken verbinding met het geheel maakt ze irreëel. De verbinding met het geheel is het NU. Pas als ik terug ga naar het nu via mijn ademhaling lukt het me om de koker van cognitieve gedachten los te laten en de angst te stoppen.

Een ander voorbeeld is uit een vorige werkkring:
Daar waren een paar personeelsleden die de boel beduvelden door te weinig uren te werken. Mijn baas kon er door de aard van het werk er niet de vinger op leggen en besloot er wat aan te doen. Logisch!! Hij besloot tot tijdschrijven, er werd een lijst gemaakt met vijftig items waar je alle werkzaamheden op moest zetten. Logisch toch, door alles te laten tijdschrijven kon je zo optellen of iemand veertig uur gewerkt had. Maar je kon het natuurlijk niet alleen aan de verdachte personen laten doen, dan zou je hen beschuldigen. Logisch! Dus moest het door iedereen gebeuren. Logisch toch? Maar nu alle tachtig medewerkers moesten schrijven nam dat zoveel administratieve tijd in beslag dat de totale hoeveelheid tijd die door tachtig mensen aan besteed werd het veelvoudige was van wat de spijbelaars aan tijd verzuimden. Doordat de verbinding met het geheel werd verbroken werd de maatregel een absurditeit. Terwijl het toch allemaal logische stappen waren. Toch??

Het denken heeft zijn eigen paden van logica. Door zijn structuur leidt dit tot dualiteit. Dit kan leiden tot angst, huizen bouwen en boodschappen lijstjes maar zonder verbinding zelden tot wijsheid.

Ingevingen:

Bij een ingeving is er altijd verbinding. Verbinding met jezelf, met je eigen gevoelens, je lichaam met je binnenwereld. Maar tegelijk ook met de buitenwereld. De ander, met ruimte voor diens eigen gedachten en gevoelens, de natuur, de dieren, de wereld. Er is dan geen scheiding tussen binnen en buiten. Geen dualiteit. Het is er allemaal tegelijk.

Op het spreekuur van de internist gekomen kijkt hij eerst de informatie op de computer na, dan gaat hij verder met de informatie verwerving door mij uit te vragen over alle relevante zaken, hij loopt een cognitieve beslis-boom na en zoekt en vraagt nog wat op en dan….. is het even volkomen stil. Het denken is gestopt en er lijkt niets te gebeuren. Als je echter goed kijkt zie je dat hij in een ontspannen, vriendelijke volledige concentratie zit. Al zijn aandacht zit in het nu. Weinige seconden later komt hij met zijn conclusie en zijn beleid voor mijn behandeling. Dit heb ik bij paar vrienden specialisten gecheckt, die dit herkenden. Bij mijn internist zie je dat ook. Alle informatie komt samen en is er tegelijk aanwezig. Zijn aandacht is er volledig op gericht. In die gerichte aandacht wordt alle informatie schijnbaar moeiteloos verwerkt tot een behandelplan. Daarom kan je ingevingen ook benoemen als aandachtsgerichte informatie verwerking. (AGIV)

Bedenksels:

Bert en Eurnie van Sesamstraat zitten samen op de achterbank van een auto.
Eurnie: “Kijk Bert een zwarte bestelauto.”
“Maar Eurnie die auto is niet zwart hij is wit!”
“Nee hoor Bert hij is zwart.”
“Maar Eurnie iedereen ziet toch dat hij wit is!”
“Nou Bert, vandaag is hij voor mij zwart en morgen noem ik alle zwarte auto’s weer wit.”
“Maar Eurnie dan raakt iedereen toch in de war en dan weten we toch niet welke kleur die heeft!”
“Maar Bert dat maakt toch niets uit. Want die auto verandert echt niet doordat ik hem een andere naam geef!”
“Bert: Ooohhhhhm.”

Taal en cognities zijn handig voor de communicatie maar de werkelijkheid laat zich niet bepalen of kennen door welke naam ik iets geeft!.

Ingevingen:

Verbinding is het sleutelwoord bij aandacht gerichte informatie verwerking. Een voorbeeld:
Mijn composthoop moet geruimd worden. Eerst de houten zeef repareren. Ik pak mijn schroef boormachine om nieuwe schroeven erin te draaien. De ingeving om een tweede accu mee te nemen negeer ik. Na tien minuten moet ik toch terug lopen om hem te halen.
Als ik bezig ben met de compost te zeven druk ik het met mijn blote handen de grove compost door de zeef. Even komt de ingeving van handschoenen gebruiken. Ik druk dit weg dat ik geen zin heb om naar de schuur te lopen en ze te zoeken. Het gaat ook zo wel. Drie minuten later haal ik mijn vinger open aan iets scherps.

Zit er nu een baardmans achter de wolken of engeltje dat het goed met me voor heeft om mij steeds te waarschuwen?? Nee. Helaas, we moeten het zelf doen. Wel is het zo dat als we aan de voorwaarden voor AGIV voldoen, dit is o.a. innerlijke stilte, verbonden zijn en focus/aandacht bij wat we doen, alle informatie waarover we beschikken op dit moment aanwezig is. Dus ik weet dat mijn accu snel leeg is en dat ik hem een tijd niet hebt gebruikt. Ik weet dat de kans dat er iets scherps in de compost zit groot is. Alle informatie is dan, al dan niet bewust aanwezig. De structuur van informatie verwerken is echter veel directer en met lichtsnelheid, en gaat buiten het trage ego om. Het ego zegt ik heb geen zin om naar de schuur te lopen of om veel mee te sjouwen en blokkeert daarmee de ingeving. Eerst komt de ingeving en dan de weging door het ego.

Het toevertrouwen aan de ingeving is dan vaak het grootste probleem. Want het voelt alsof je iets van controle over jezelf weg geeft en dat is lastig en roept angst op. Die angst die door de overgave aan de ingeving en door het gevoelde controle verlies wordt opgeroepen kan draagbaar worden gemaakt. De beste manier om dit draagbaar te maken is met beoefenen van compassie. Het belang van compassie, van empathie en het beoefenen van Metta of liefdevolle vriendelijkheid, is niet alleen het ethische feit dat het algemeen welzijn ermee gediend wordt, je leeft prettiger met elkaar als ieder dat toepast, maar het heeft ook de functie als angstbeschermer. Immers als je de ‘veilige’ controle van het ego los laat en en je toevertrouwd aan het nu genereert dat angst. Bij ingevingen maak je geen plannen wat er moet gebeuren, je maak geen verwachtingen hoe het er uit gaat zien. De schijnbare zekerheden die het ego daarmee maakt laat je los. Er bij instappen en mee vibreren met de ingevingen, zonder controle voor- en achteraf. Nou dat toevertrouwen geeft nogal wat angst. Zeker als je wat controle behoeftig bent. De enige bescherming is compassie met de ander, het andere en zeker, met jezelf. Hierdoor maak je een veiligheid voor jezelf en is dit controle verlies verdraagbaar.

Bovendien vindt er door compassie te oefenen een verandering in jezelf plaats. Het op jezelf gericht zijn maakt plaats voor het gericht zijn op de ander en het andere. Dit is een voorwaarde om een ingeving te kunnen ervaren, daar die immers alleen ontstaat in verbinding met het andere Om mee te kunnen vibreren moet je het andere vol kunnen ervaren. Dus loslaten het ego.

Dharma:

Hierboven staat de beschrijving van mijn eigen proces. Ik ben nu in een fase van overgang waarin ik de schijnbare zekerheden van het ego los kan laten. Ik doe dit door alle zwakheden van het ego te laten zien in zijn bedenksels. Dat maakt het loslaten makkelijker. Het toevertrouwen aan de ingevingen staat dicht bij waar het om gaat, de beoefening van de Dharma. Het lukt me soms beter, soms minder. Het voelt weer als toen ik een jongen was en in de haven van Rotterdam bezig was om te leren zwemmen. Het ging vrij goed, ik was alleen en wist dat het moment was gekomen om me echt toe te vertrouwen aan het water. Ik zwom aan de kant, steeds wetend dat ik met mijn teen nog het zand van de veilige bodem kon raken. Verlangend kijkend naar de overkant waar de Rijnaken lagen. Mijn wens was daar vanaf te kunnen springen. Maar steeds als ik begon zocht mijn teen weer die vastigheid. Eerst moest ik de veiligheid van het water ervaren, de compassie van het alles omhullende te voelen en de altijd aanwezige draagkracht vol ervaren. Toen kon die teen pas los!

*     *     *     *     *