Het is sinds de tijd van de Boeddha, meer dan 2500 jaar geleden, een boeddhistisch gebruik om toevlucht te nemen in de Drie Toevluchten; de Boeddha, de Dharma en de Sangha. Het vragen van hulp en advies over hoe de Dharma toe te passen in het dagelijks leven en in de meditatiebeoefening, is één manier van toevlucht nemen. Wanneer u een tempel of een meditatiegroep van de OBC bezoekt, kunt u, als u daar behoefte aan heeft, vragen voor een persoonlijk gesprek met de senior monnik. In onderstaande tekst wordt deze vorm van begeleiding spiritueel advies genoemd. Als iemand een tempel of groep regelmatig bezoekt, zal hij waarschijnlijk steeds dezelfde leraar voor spiritueel advies zien, in een grotere tempel kunnen dit verschillende leraren zijn.

Het volgende is een introductie tot de ethische richtlijnen die aan de basis liggen van spiritueel advies en van Dharma relaties binnen de OBC. Ze zijn gebaseerd op het principe van compassie dat ingebed ligt in de boeddhistische leefregels en in de relevante regels van de Orde, en een diep respect bevordert voor elk persoon als de unieke uiting van de Boeddha Natuur.

Als u vragen heeft over wat hieronder geschreven staat, vraag dan a.u.b. in de tempel of meditatiegroep naar verduidelijking.

Richtinggevende Principes

In de OBC mogen senior monniken die gecertificeerd zijn als boeddhistische leraren en meesters, spiritueel advies geven. De volgende richtlijnen zijn bedoeld om het doel en de aard van spiritueel advies te verduidelijken. Wanneer de term leraar wordt gebruikt, betekent dit leraren en meesters van de OBC. En de term student refereert aan iedereen, monnik of leek, die spiritueel advies ontvangt.

  • De leraar kan slechts de weg wijzen en is er alleen om de student te helpen de ware toevlucht in zichzelf te vinden. Hij moedigt aan en inspireert de student om het werk te doen dat nodig is om de vrede in het hart en de bevrijding van lijden te vinden. De beoefening moet op een natuurlijke wijze leiden tot een onafhankelijke spirituele volwassenheid van de student. In een gezonde leraar/student-relatie accepteren zowel leraar als student de verantwoordelijkheid voor hun eigen beoefening en gedrag.
  • Leraren van de OBC worden geacht de boeddhistische leefregels en leringen te volgen. Het wordt veronderstelt dat zij de regels van de OBC naleven en die van de tempel waar zij verblijven of bezoeken.
  • OBC leraren zijn niet geschoold als psychologische raadsmensen of therapeuten. Ze zijn geoefend in het geven van spiritueel advies, gebaseerd op vele jaren van meditatie en oefening. Dat is wat hen is staat stelt de spirituele vraag van de student te horen en te beantwoorden in een behulpzame wijze.
  • In een voortdurende leraar/student-relatie dient er een wederzijds respect en een zich verdiepend vertrouwen aanwezig te zijn. Om de student te helpen op het pad naar het ontwaken tot zijn ware Natuur, moet de leraar de student soms wijzen naar zijn ‘blinde vlekken’, of hem vertellen wat moeilijk is om te horen.
  • De student moet zich vrij voelen, en wordt aangemoedigd, om de leraar te vragen naar opheldering van aspecten van de Dharma die onderwezen worden maar niet volledig worden begrepen.
  • Alhoewel het belangrijk is om leraren altijd met respect te behandelen, is het niet behulpzaam om ze op een voetstuk te plaatsen. Leraren kunnen net als alle andere mensen fouten maken en blijven net als iedereen die een spiritueel pad gaat, werken aan hun eigen beoefening.
  • Ook al ontvangt een student raad van een bepaalde leraar, vaak leren zij ook van andere leraren. De leraar/student-relatie moet niet leiden tot een afgescheiden zijn van de overige Sangha.

Ethische grenzen

Er zijn ethische grenzen, die gebaseerd zijn op de boeddhistische leefregels, en zij dienen in acht te worden genomen door zowel leraren als studenten. Monniken volgen de regel van het celibaat en onderhouden geen emotionele relaties. De regels van de OBC verbieden monniken, postulanten en lekenassistenten tevens het misbruik van machtposities, sexuele intimidatie en misbruik van welke soort ook, evenals elke vorm van discriminatie. Als u zorgen heeft over het ethisch gedrag van een lid van onze Orde, lees dan ‘Our Ethical Intentions and Resolving a Concern’ op website van de Order of Buddhist Contemplatives (www.obcon.org). De volgende punten behandelen een aantal aspecten van ongepast gedrag dat zich soms kan ontwikkelen in een leraar/student-relatie:

  • De leraar en student gaan geen sexuele of emotionele relatie met elkaar aan. En beiden zullen gedrag vermijden dat kan leiden tot zo’n relatie. Als de student zorgen heeft dat dit aan het gebeuren is, is hij welkom om contact op te nemen met een leraar of leken- assistent van de Orde.
  • Een gezonde relatie waarin behulpzame spiritueel advies gegeven kan worden, kent vertrouwelijkheid en discretie. Echter, als de leraar het noodzakelijk acht om een collega senior monnik te raadplegen over wat met een leerling is besproken, mogen zij dit doen. En de leerling mag ook toevlucht nemen in een andere door hem gerespecteerde leraar of collega-beoefenaar over het gegeven spiritueel advies. Leraren mogen van studenten geen geheimhouding vragen wanneer de student zorgen heeft over de leraar/student-relatie en met een derde partij hierover wilt praten.
  • Het doel van de leraar/student-relatie is het helpen van de student in zijn boeddhistische beoefening. Als de leraar aanzienlijke problemen heeft in zijn eigen spirituele beoefening, wordt hij zeer aangemoedigd om toevlucht te nemen in, en hulp te zoeken van zijn senior collega monniken en/of het Hoofd van de Orde. Als de leraar dergelijke problemen heeft, moet hij voorzichtig zijn geen verwarring te creëren in de leraar/student-relatie.

Om baat te hebben van de Dharmaleringen, is het belangrijk dat de student bereid is vertrouwen in het goede hart van de leraar te cultiveren en het gegeven advies te volgen, maar ook te vertrouwen in zijn eigen hart en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag. Als op welk punt ook de student voelt dat het gegeven onderwijs tegen zijn eigen geweten gaat, is hij vrij om dit met de leraar te bespreken en voor verduidelijking te vragen – en/of te spreken met een andere leraar of lekenassistent van de Orde.