BoeddhasmileHet boeddhisme is een leer die na de dood van de Boeddha omstreeks het jaar 486 v.Chr. voor honderden jaren mondeling is doorgegeven. Pas rond het jaar 35 v. Chr. werden in Sri Lanka de eerste teksten op palmbladeren neergeschreven. Je kan aan de geschreven teksten nog altijd zien dat ze uit een orale traditie komen. Er zitten bijvoorbeeld veel herhalingen in en ook wordt veel gebruikt gemaakt van numerieke rijtjes zoals de ‘3 juwelen’ (Boeddha, Dharma en Sangha), de ‘4 Edele Waarheden, de ‘5 hindernissen’, de ‘7 factoren van verlichting’, enz. Die rijtjes waren makkelijk te onthouden en boden een beknopte samenvatting van de belangrijkste leerstellingen van het boeddhisme.

In dit artikel wil ik wat dieper ingaan op wat de 7 factoren van verlichting worden genoemd. De 7 factoren van verlichting zijn te vergelijken met het achtvoudige Pad. Om onze beoefening tot vrucht te laten komen, benoemt het achtvoudige Pad 8 aspecten van de beoefening die we tot ontwikkeling moeten brengen: inzicht, denken, spreken, handelen, levensonderhoud, inspanning, aandacht en meditatie. De één volgt uit het ander, ze werken allemaal samen en ondersteunen en versterken elkaar. Zo zal inzicht tot uiting komen in wat we denken en zeggen, enz. En is aandacht en meditatie niet echt mogelijk als er niet een inspanning wordt geleverd. (Zie over deze 3 aspecten van het Pad de artikelen ‘Juiste inspanning en juiste aandacht’ en ‘Het Ja en juist inzicht’.) Alhoewel binnen de Zentraditie minder gebruik wordt gemaakt van deze wat analytische beschrijvingen van de beoefening, kan het toch heel behulpzaam zijn om deze traditionele analyses zo nu en dan te bestuderen.

De 7 factoren van verlichting kan je zien als een uitgebreidere versie van aspect 6, 7 en 8 van het achtvoudige Pad; juiste inspanning, juiste aandacht en juiste meditatie. Tezamen met de andere 5 aspecten leidt de beoefening van deze 7 factoren naar juist inzicht, dat de ontwaakte staat van verlichting is. En net zoals bij het achtvoudige Pad volgt de ene factor uit de andere, werken ze allemaal samen en ondersteunen en versterken ze elkaar.

De 7 factoren van verlichting zijn:

    1. aandachtigheid
    2. onderzoek naar waarheid
    3. energie
    4. vreugde
    5. kalmte
    6. concentratie
    7. gelijkmoedigheid

Als we mediteren, hebben we bij uitstek de kans om al deze factoren te beoefenen en tot wasdom te brengen. Maar natuurlijk kunnen we en dienen we ook in het dagelijks leven deze factoren verder te ontwikkelen.

1. Aandachtigheid

Meditatie is aandachtig zijn. Helaas worden we niet verlicht wanneer we slapen of duf op ons kussen of bankje zitten dus echt wakker zijn en opmerken wat zich aan ons voordoet is essentieel. De aandacht die hier bedoeld wordt is heel open. Tijdens de meditatie en in ons dagelijks leven is onze aandacht vaak vernauwd tot de wereld in ons hoofd. De Boeddha vergeleek het leven met vernauwde aandacht met slaapwandelen en sprak over verlichting als de ‘ontwaakte’ staat. Een open aandacht is naast het gewaar zijn van wat zich in ons hoofd voordoet ook gewaar zijn van ons lichaam, en van wat we zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Geen wonder dat iemand die echt wakker en gewaar is, ook vaak het gevoel heeft echt te leven.

Opmerkzaamheid oefenen is dan ook het eerste wat we doen wanneer we gaan zitten in meditatie. We worden gewaar van ons lichaam, van onze houding, van het contact dat ons lichaam maakt met de vloer en het bankje of kussen waarop we zitten. We worden gewaar van hoe ons lichaam aanvoelt. En vervolgens worden we gewaar van onze ademhaling en merken op of die rustig is of misschien wat gehaast. Of de ademhaling oppervlakkig is of dat de adem tot onder in de buik komt. En dan laten we ons gewaarzijn verder uitdijen zonder het gewaarzijn van onszelf als lichaam en geest te verliezen en merken op wat we zien, en horen, en misschien wel ruiken, e.d. We merken alleen maar op wat nu is; we geven geen commentaar op wat we opmerken noch gaan we proberen te veranderen wat we opmerken. Dit is het oefenen in aandacht, niets meer en niets minder.

Dit oefenen in aandacht is natuurlijk iets dat we ook in ons dagelijks leven kunnen doen. Hoe meer we oefenen in aandacht tijdens het werk, thuis, en waar dan ook, hoe aandachtiger we zullen zijn als we gaan zitten in meditatie waardoor we de volgende factor steeds beter kunnen toepassen.

2. Onderzoek naar waarheid

Dit komt misschien voor sommigen een beetje als een verrassing. Meditatie wordt vaak gezien als een methode voor het oefenen van ontspanning en aandacht en niet meer dan dat. In het boeddhisme staat de meditatie echter volledig in dienst van het komen tot juist inzicht, van het ‘ontwaken’. Daarom is deze factor van belang.

Wat is dit onderzoek naar waarheid? Laat ik het beschrijven aan de hand van een voorbeeld: wanneer we zitten en gewaar zijn van ons lichaam, worden we opmerkzaam hoe door het ‘betrokken’ raken met allerlei gedachten, ons lichaam zich subtiel – of minder subtiel – aanspant. Soms in de schouders, soms in de buik of het gezicht. Ook wordt onze ademhaling wat oppervlakkiger en misschien wat sneller, afhankelijk van het type gedachten waarin we zijn verzonken. Door die aanspanning verliezen we als het ware ook veel van het contact met onze omgeving; we zijn minder opmerkzaam van wat we zien en horen. Nu kunnen we oefenen om de gedachten los te laten en terug te keren naar een open aandacht maar vaak staan de volgende gedachten al te wachten om die aandacht weer op te eisen.

Onderzoek naar waarheid is hier heel waardevol. We kunnen in detail de relatie tussen ons denken en hoe ons lichaam daarop reageert (en vice versa) onderzoeken en hoe ons denken onze waarneming van onszelf en/of van de wereld om ons heen beïnvloedt. Als we opmerken dat ons lichaam wat gespannen is geworden door het denken, kunnen we onderzoeken wat er met ons gebeurt wanneer we bewust ons lichaam en onze ademhaling ontspannen. Dit allemaal door heel direct te ervaren.

Onderzoeken is niet de dingen uitdenken maar telkens weer heel nauwkeurig observeren van wat er gebeurt als we lichamelijk en mentaal ontspannen; hoe beïnvloedt dit ons ‘zijn’? En wat is ‘ontspannen’; wat doen we precies om te ontspannen? Het onderzoeken van wat zich aan ons voordoet, of dat nu een lichamelijke of mentale gewaarwording is, of een zintuiglijke, – en in dit onderzoeken direct te ervaren – is het onderzoeken van waarheid want Dat wat nu Is, is waarheid.

In het dagelijks leven is onderzoek ook belangrijk. In ons hoofd denken we vaak aan wat nog moet komen waardoor we soms geen tijd en ruimte nemen om rustig te kijken en te onderzoeken wat nu is, en dus werkelijkheid is. Niet zelden nemen we een eerste indruk meer serieus dan die werkelijkheid; daarom is geduld, en het niet meteen handelen op basis van de eerste gedachte of emotie die in ons opkomt, zo belangrijk.

3. Energie

In deze opsomming van factoren wordt het woord energie op tweeërlei wijzen bedoeld. Allereerst de energie die we toepassen om in de meditatie aandachtig te zijn en te onderzoeken én deze aandacht en het onderzoek gaande te houden gedurende de meditatie. Dit vraagt een inspanning, geduld en toewijding.

Er is ook de energie die we door de beoefening verkrijgen. Wanneer we echt wakker zijn en met een helder gemoed zitten en onderzoeken, zullen we zien dat dit ons ook een energie geeft. Het is niet ongewoon dat de tijd dan bijzonder snel lijkt te gaan, dat de meditatie ons niet vermoeid en dat het een ‘stille’ soort van enthousiasme teweegbrengt die ons de energie geeft om door te blijven gaan met het oefenen.

In het dagelijks leven vragen veel van onze werkzaamheden een inspanning. Die inspanning kan ons soms zeer vermoeien, vooral als we onder druk en stress streven naar een doel. Iedereen kent ook die situaties waarin we ons inspannen en daardoor lichamelijk vermoeid raken maar juist door het ontbreken van stress, en het aanwezig zijn van vreugde, geestelijk opgeladen raken. Een mooie wandeling maken, een sport beoefenen, mooie plekken bezoeken, ze vragen allemaal energie én ze geven je energie. Een ontspannen houding en vreugde zijn hiervoor de noodzakelijke ingrediënten.

4. Vreugde

Deze vreugde is een ‘stille’ soort van vreugde; het is niet zozeer een emotie maar meer een glimlach in het hart. Daarom wordt de Boeddha ook altijd met een lichte glimlach afgebeeld in prenten of als beeld. Alhoewel het soms moeilijk kan zijn om in het dagelijks leven of in de meditatie de aandacht erbij te houden en de benodigde energie op te brengen, of om simpelweg wat zich in onze geest of lichaam voordoet te accepteren, zal, wanneer we ons toch inzetten, langzaam aan een vreugde in ons ontluiken. Die vreugde komt voort uit het feit dat we telkens wanneer we mediteren, een stap zetten richting onze ware zelf, onze ware natuur. Zelfs als de meditatie moeilijk is en we niet opgeven wordt die stap gezet.

Het is als het rijpen van een appel aan een boom. Gedurende de zomer met zijn mooie, maar ook soms natte en koele dagen, rijpt de appel tot het moment dat hij volledig klaar is om de hechting aan de boom los te laten. Ook onze meditatie doet ons rijpen en we zullen uiteindelijk zonder meer de vruchten van onze beoefening ontvangen. Niemand kan je zeggen wanneer dat zal zijn want het ‘rijpingsproces’ is voor ieder van ons verschillend. Maar het zal gebeuren en je zal weten wanneer het zover is. De glimlach in het hart breekt dan volledig door.

Natuurlijk vraagt de beoefening ook diezelfde stille vreugde. Je moet willen zitten. Meditatie werkt niet als een ander je dwingt of als je jezelf dwingt. In het dwingen ontbreekt juist die vreugde. Als je niet wilt zitten kan een mooie boswandeling je meer brengen dan een half uur met tegenzin zitten.

Deze factor van vreugde kan ook in het dagelijks leven worden beoefend. Vaak hebben we alleen vreugde in datgene waar we zin in hebben en is de vreugde grotendeels afwezig in het doen van dingen met tegenzin. Dat laat al zien hoe we onze innerlijke vreugde afhankelijk maken van onze gedachten. Het loslaten van het oordeel en vervolgens het doen van de dingen die gedaan moeten worden met een ontspannen en stil gemoed, zal ons helpen om die innerlijke glimlach in onszelf te ontdekken.

5. Kalmte

Kalmte is een belangrijke factor in de beoefening. Als we in een mentaal en/of fysiek opgewonden staat zijn, is het aanmerkelijk moeilijker om aandachtig te zijn, te ontspannen en te onderzoeken. Dit betekent dat het goed is om te onderzoeken wat ons onze kalmte doet verliezen en om die dingen die ons opwinden wat meer te mijden. Wanneer we overmand zijn met emoties is het eerst tot tien tellen en kalm worden voordat we handelen een goede leidraad.

Een behulpzaam rijtje van 4 stappen die we in meditatie en in het dagelijkse leven kunnen nemen is: stop – ontspan – open – vertrouw. Stop met het maken van verhalen in je hoofd, voel je lichaam weer en ontspan, open jezelf naar de ervaring van wat zich nu aan je voordoet en vertrouw. Ontspannen is een belangrijke tweede stap die eerst genomen moet worden voordat we ons kunnen openen. In zekere zin is de gespannen toestand al een van het gesloten zijn. In het ontspannen keren we terug naar kalmte van geest en lichaam.

6. Concentratie

Dit is het vermogen om de aandacht bij één ding te houden in plaats van het continue laten verspringen van de aandacht van het een naar het andere. In een wereld waarin we omgeven worden door een steeds grotere verscheidenheid aan visuele en auditieve prikkels, is het oefenen in het richten van de aandacht een groeiende noodzakelijkheid als we innerlijke stilte willen cultiveren. In meditatie kan het heel behulpzaam zijn om te oefenen in het richten van de aandacht op de lichte beweging van de onderbuik. De benodigde concentratie komt voort uit ons voornemen onszelf niet te laten afleiden door wat er van moment tot moment in ons, en om ons heen, gebeurt.

Dat voornemen kan ons ook van dienst zijn in het drukke leven van vandaag. Zo hoeft bijvoorbeeld niet elk telefoontje dat we krijgen beantwoord te worden, vooral wanneer we zien dat het niet dringend is. En als we tijd voor iets nemen, is het goed om die tijd exclusief te geven aan datgene waarvoor we gekozen hebben. Heel veel dingen die tussentijds onze aandacht vragen zijn niet dringend en kunnen als het moet later worden bekeken. Zo oefenen we om de aandacht bij één ding te houden en afleidingen te weerstaan. Die concentratie brengt kalmte en rust met zich mee die ons zal helpen de andere factoren te versterken. Concentratie heeft op zijn beurt ook weer kalmte als basis nodig dus ook hier weer werken de factoren onderling samen.

7. Gelijkmoedigheid

Dit is de laatste en misschien wel belangrijkste van de 7 factoren. Zonder gelijkmoedigheid is het moeilijk om de andere factoren tot ontwikkeling te brengen. Daarom noemt de Boeddha gelijkmoedigheid één van de vier goddelijke staten (de andere zijn liefdevolle vriendelijkheid, mededogen en de altruïstische vreugde in de voorspoed en het geluk van anderen).

Gelijkmoedigheid wordt in het boeddhisme gedefinieerd als het kunnen accepteren van verlies en winst, lof en blaam, succes en falen zonder gehechtheid zowel voor jezelf alsook voor anderen. Gelijkmoedigheid is een gemoedstoestand waarin een ontspannen rust en stilte én een glimlach aanwezig is, de vreugde van factor 4. Er is geen oordeel over onszelf of anderen aanwezig, geen voorkeur of afkeer. Het is het kunnen zijn, zonder oordeel, met wat zich in en aan ons voordoet.

In onze beoefening moet er een zekere mate van gelijkmoedigheid zijn. Aandacht voor iets hebben, en het onderzoeken ervan, kan alleen maar als we het eerst accepteren en kunnen laten zijn voor wat het is. Er kan geen vreugde en kalmte zijn als we niet kunnen ontspannen met wat is. Een gelijkmoedige houding is ook de basis voor concentratie.

Iedereen kent wel die momenten waarin je met concentratie een secuur werkje moet verrichten maar gefrustreerd raakt omdat het niet snel genoeg lukt waardoor je je concentratie verliest. Een sport waarbij je dit soms goed kan observeren is tennis. De speler raakt gefrustreerd en vervolgens gespannen en verliest daardoor zijn concentratie waardoor hij of zij steeds slechter gaat spelen. Pas wanneer de speler de innerlijke storm van oordelende gedachten loslaat, zie je dat hij of zij zich ontspant waardoor ook de concentratie zich weer herstelt. Ieder herkent dit proces wel in zijn eigen leven.

Op zijn beurt leidt de beoefening tot gelijkmoedigheid, net zoals ze zal leiden tot de andere 3 ‘goddelijke’ staten. Samen zijn ze een beschrijving van wat ‘ontwaken’ voor ons zal betekenen; leven vanuit een open, liefdevolle houding in verbondenheid met anderen.