Eerw.-Leoma-199x300Laten we beginnen met een verhaaltje uit het hoofdstuk ‘Yuibutsu-Yobutsu’ (Alleen een Boeddha Samen met een Boeddha) van zenmeester Dogen’s Shobogenzo en zijn commentaar hierop:

‘Lang geleden vroeg een monnik aan een oude meester: “Wat moet ik doen als er honderden, duizenden of ontelbare dingen tegelijk op me af komen?” De meester antwoordde: “Probeer ze niet te beheersen”. Hij bedoelt hiermee dat, hoe de dingen ook mogen komen, we niet moeten proberen ze te veranderen. Wat er ook komt, het is de Boeddha-dharma, het zijn helemaal geen dingen. Zie het antwoord van de meester niet alleen maar als een briljante waarschuwing maar realiseer je dat het de waarheid is. Zelfs als je alles wat op je afkomt onder controle probeert te houden, kan het niet onder controle worden gehouden.’

Er valt veel te leren uit dit citaat, maar als we ons concentreren op de laatste zin zal de rest op zijn plaats vallen. Het is heel menselijk dat we proberen onze levens onder controle te houden. Ons streven om pijn en onaangename zaken te vermijden terwijl we plezier voor onszelf creëren, is geleidelijk aan een strategie van zelfbescherming geworden waardoor we met onze angsten kunnen omgaan en het leven aankunnen. We doen er alles aan om ons leven zo comfortabel mogelijk te maken; we manipuleren situaties zodat ze ons doel niet in de weg staan, we maken plannen en denken dat we de touwtjes in handen hebben en we stellen onszelf doelen zodat we het geruststellende gevoel hebben dat we iets bereiken in ons leven. Maar we weten allemaal dat we niet iedere mogelijke gebeurtenis kunnen beheersen. Keer op keer gebeurt er iets onverwachts dat toont hoe kwetsbaar onze pogingen zijn om het leven precies zo te leven als wij willen.

Eigen mening en voorkeur

Het is niet verrassend dat als we beginnen met mediteren we soortgelijke processen aan het werk zien. Het zelf, het ‘ik, met zijn meningen, voorkeuren en aversies, maakt kosten-batenanalyses om vast te stellen of iets de moeite waard is en heeft, net als over alle aspecten van het leven, ook opvattingen over meditatie. We hebben ideeën over wat verlichting is en wat de meditatiepraktijk ons hopelijk zal brengen en opvattingen over wat goede meditatie zou moeten zijn. Vervolgens gaan we er met grote toewijding en ijver tegenaan om die resultaten te bereiken. Maar we kunnen de training niet onze ideeën en idealen opleggen, daarmee beperken we ons en trekken we grenzen. Er zijn twee aspecten van de training waar je zeker van kunt zijn: ten eerste zal deze zich niet zal ontvouwen zoals wij verwachten en ten tweede zal deze zich ontvouwen op een manier die voor elk van ons uniek is. Dus moeten we ons zonder voorbehoud door de meditatie laten meevoeren en is het goed om dit van tijd tot tijd met een leraar te bespreken, vooral omdat meditatie ons soms in ongemakkelijke en zelfs ronduit angstige regionen brengt.

Acceptatie

Het is natuurlijk wel noodzakelijk om enige controle te hebben in de meditatie, anders zouden we alleen maar van hot naar her geslingerd worden door alles wat er opkomt. Dus leren we hoe we gewoon hier en nu kunnen zitten. Het vergt veel discipline om gedachten en gevoelens te laten komen en gaan zonder ze te ontkennen of vast te grijpen. Maar we kunnen ook te goed ons best doen, we moeten oppassen dat we niet te streng zijn. Stille-belichting-meditatie als zodanig is niet een training in aandacht of concentratie, waarbij we bijvoorbeeld onze aandacht richten op één aspect, bijvoorbeeld de ademhaling. Aandacht en concentratie maken wel deel uit van zenmeditatie, maar de praktijk is veel meer dan dat, het is een meer open, uitdijend, vloeiend proces. Omdat we zo graag goed willen mediteren, kunnen we een houding aannemen van ‘tot hier en niet verder’ en grijpen we iedere gedachte of elk gevoel bij de kladden zodra het de kop opsteekt en jagen dat weg, wat eigenlijk een vorm van ‘proberen niet te denken’ is. We doen dit omdat we bang zijn voor wat er misschien gebeurt en we betwijfelen of we daar dan mee kunnen zitten. Een wezenlijk element van onze praktijk is dat we alles wat zich aandient zonder oordeel accepteren en alles wat er is er gewoon laten zijn. Het vergt enige mate van zachtheid en openheid om op die manier te accepteren; met andere woorden, we moeten leren ons te ontspannen in de meditatie.

Vertrouwen

We moeten vertrouwen krijgen in iets dat groter is dan onze eigen inspanningen. We hoeven niet te piekeren over wat het is waar we vertrouwen in hebben, we kunnen gewoon vertrouwen. We kunnen het proces dat zich ontvouwt vertrouwen en op die manier wordt vertrouwen deel van wat er hier en nu is. Vaak maken we ons zorgen dat we niet genoeg vertrouwen, maar om met je gezicht naar een muur te zitten en eerlijk naar jezelf te kijken, dat is een daad van vertrouwen. En het is een daad van groot vertrouwen om bereid te zijn middenin de pijn en angst te zitten die in de meditatie naar boven kunnen komen. Vertrouwen kan alleen maar beetje bij beetje ontwikkeld worden terwijl we verder gaan in onze training, we kunnen het niet forceren. Langzaam maar zeker komen we erachter dat we ons goede hart en oprechte verlangen kunnen vertrouwen. Ook leren we geleidelijk aan te vertrouwen op de werking van het universum en hoe het zich voor ons ontvouwt. Daarvoor moeten we verder kijken dan onze beperkte belangen en onszelf openstellen voor een groter plaatje, en juist dit proces stimuleren we als we mediteren. Zo zetten we een kringloop in werking waarbij meditatie ons helpt om vertrouwen te ontwikkelen, terwijl we door dat toegenomen vertrouwen onze meditatie weer kunnen verdiepen.

Niet ‘weten’

Een andere manier om de hinderlijke werking van het controleren te vermijden is bereid te zijn om ‘niet te weten’ in meditatie, om met de stroom van de meditatie mee te gaan. We kunnen niet steeds stoppen om onze meditatie te beoordelen en te analyseren, om te kijken of deze wel beantwoordt aan onze verwachtingen en gestelde doelen. Dit is iets dat meditatie nogal moeilijk maakt – wij kunnen niet beoordelen hoe het ons vergaat. Ook al lijkt het dat we goede resultaten boeken, we kunnen ons daar niet aan vastklampen. Dit hele proces kunnen we als ongemakkelijk ervaren, waardoor er vragen en angst in ons opkomen.

Enige controle in meditatie is noodzakelijk, maar een zekere lichtheid is ook nodig. Het is echter een veelvoorkomende vergissing om te denken dat het antwoord ligt in het vinden van een middenweg tussen strengheid en ontspanning, want dit is als balanceren op het scherp van de snede en gaat niet lang goed. We moeten onze weg hierin vinden. Veelal zien we in meditatie dat we ons aan dingen vastklampen en gaan dit dan bijstellen, en vervolgens zien we dat we dingen wegduwen en zullen dat weer bijstellen. Het is een proces van vallen en opstaan, van simpelweg terugkomen zodra we zien dat we te ver de ene of andere kant zijn opgegaan. Ook moeten we onze starre ideeën over wat goede meditatie is loslaten, zodat onze meditatie zich kan ontplooien en weidser en uitgestrekter kan worden. Terwijl we leren om alles wat er gebeurt te accepteren gaan we inzien dat niets buiten de meditatie ligt. En als we dit werkelijk begrijpen hebben we niet langer een dualistische kijk op de wereld.

Juiste inspanning en overgave

De bekende Japanse zenmeester Shunryu Suzuki zegt in zijn boek ‘Zen-begin, eindeloos met Zen beginnen’:

“Als je je schaap of koe onder controle wilt houden moet je haar een grote, ruime weide geven.”

Hij legt uit dat we, om rust te krijgen in onze meditatie, beelden die in onze geest opkomen gewoon moeten laten komen en gaan, dan hinderen ze ons niet – dan zijn ze onder controle. Maar als we proberen om onze geest te kalmeren en proberen ons er niet door te laten hinderen, dan is het moeilijk om te zitten. Hij voegt eraan toe dat dit allemaal niet zo eenvoudig is, dat het een bijzondere inspanning vergt en dat het verrichten van deze inspanning het geheim van de training is. Dus laten we nu de juiste inspanning die de meditatie vereist eens wat beter onder de loep nemen.

Inspanning

Meditatie moet zowel elementen van inspanning als van overgave bevatten. Maar nogmaals, het is niet een kwestie van een beetje van allebei bij elkaar stoppen om de goede verhouding te krijgen. Integendeel, onze inspanning brengt ons naar een plaats waar we ons kunnen overgeven. We moeten ons inspannen om met wat hier en nu is te zijn, dus gaan we in de juiste houding zitten, gronden we ons en vragen ‘wat is dit?’ hier en nu. Dit doen we aan het begin van de meditatie en telkens weer wanneer we beseffen dat we met onze gedachten zijn afgedwaald. Zo vinden we onze weg in meditatie en hiervoor moeten we onze wil gebruiken – dit brengt ons rechtstreeks in verbinding met de diepten van het zitten. Soms (of vrij vaak) is er een zeer doortastende inspanning voor nodig om onszelf los te maken uit een wirwar van gedachten of om stevig te midden van moeilijke emoties te zitten. Soms moeten we ons hele meditatieperiodes lang voortdurend en vastberaden inspannen en dit is goed en belangrijk werk. Maar terwijl onze geest geleidelijk stiller wordt, merken we ook dat de moeite die wij moeten doen om de meditatie gaande te houden minder intens wordt. We hebben dan de kans om onszelf eenvoudigweg over te geven aan het zitten, om degene die mediteert los te laten en de meditatie te laten stromen. We kunnen met wat hier en nu is zijn en we worden gedragen door dit nu, terwijl het zich ontvouwt in het volgende nu en steeds weer in het volgende nu. Dan is er alleen maar een rechtstreeks ervaren zonder een ‘zelf’ als tussenpersoon.

Overgave

Wat ik hier heb beschreven kun je een beetje vergelijken met in slaap vallen, in die zin dat we ons zelf niet in slaap kunnen laten vallen. Hoe meer we ons best doen, hoe minder kans van slagen we zullen hebben. Dus creëren we omstandigheden die zo gunstig mogelijk zijn om in slaap te vallen: we zorgen dat we het lekker warm hebben maar niet te heet en dat we geen honger of dorst hebben, we zorgen dat de kamer donker is en proberen een stille omgeving te creëren en vervolgens proberen we te ontspannen en het geklets en gepieker in ons hoofd te stoppen. We doen ons uiterste best maar op een gegeven moment moeten we alles loslaten en ons overgeven aan het slaapproces. Met de meditatie gaat het net zo, al vallen we hopelijk aan het eind niet in slaap! We doen wat we kunnen om een situatie te creëren waarin we simpelweg kunnen loslaten en onszelf kunnen overgeven aan het proces van meditatie.

Een ‘zelf’

Als we de meditatie onder controle proberen te houden, is er iemand die de controle heeft en dat moeten we loslaten. Als we met een dualistische blik kijken, vanuit het standpunt van een zelf, een ‘ik’, dan lijkt het loslaten van het zelf, ons overgeven of hoe we het ook noemen een enorme stap, een sprong in de afgrond. Het is niet vreemd dat we dat eng vinden en de neiging hebben om ons terug te trekken. We moeten een zelf dat loslaat loslaten. Eén van de koans van meditatie is dat we het zelf moeten gebruiken om het zelf te vergeten, maar hoe doen we dat? Een deel van het antwoord is dat we het zelf of onze wil of inspanning gebruiken om voorwaarden te scheppen om het zelf te vergeten. In ‘Zen-begin’ zegt Shunryu Suzuki ook:

“We moeten ons enigszins inspannen, maar we moeten onszelf in die inspanning vergeten. Hier is geen subjectiviteit of objectiviteit. Onze geest is gewoon rustig, zelfs zonder enig bewustzijn…. Het is belangrijk dat we onszelf stimuleren en ons inspannen tot het laatste moment toe, als alle inspanning verdwijnt.”

Het Nu

Eigenlijk hoeven we alleen maar volledig in het huidige moment te zijn, gewoon in het hier en nu, en het nu zich op eigen wijze laten ontvouwen. Dit is je overgeven in het moment. Zo vergeten we het zelf – we hoeven ons daar geen zorgen over te maken. Dan, terwijl het nu zich van het ene moment in het andere ontvouwt, krijgen we te zien wat goed is om te doen, hoe we moeten handelen. Er is een rechtstreekse verbinding tussen de behoefte van het moment en het antwoord dat het in ons oproept. Zo kunnen we verder gaan – we ontdekken zowel stilte als activiteit in het nu dat zich voortdurend ontvouwt. Als we bereid zijn om alles wat het leven ons brengt te omarmen, niet alleen wat we hopen of vinden dat het leven zou moeten brengen, dan kan onze inspanning op deze plaats en op dit moment versmelten met iets veel groters dat ons helpt en draagt op zo’n manier, dat er alleen maar een verdergaan is.

Eerw. Leoma is een senior monnik van het klooster Throssel Hole Buddhist Abbey in Noord-Engeland