Lotusbloem-in-handenEen artikel van eerw. Alina Burgess, senior monnik van Throssel Hole Buddhist Abbey en Dharmaleraar van Reading Buddhist Priory in Engeland.

________________________________________

“De waarheid is hier, recht voor onze eigen ogen.” Dit is een boeddhistische leerstelling die verbazing wekt. Waarom kan ik het dan niet zien? Op welke manier kan ik leren het te zien? Nou, wat verwachten we dat de waarheid zal zijn? We hebben wellicht een verwachting dat HET iets is dat zeer bijzonder is en dat we nu missen. Wat voor ons, en om ons heen, aanwezig is, is ons leven van dit moment; onze omgeving, andere mensen, hoe we ons voelen, enz. Dit is de Waarheid, en hoe we ons dagelijks leven leven is de sleutel.

We denken dat er meer moet zijn dan dit en dus geven we niet onze volle aandacht aan wat zich nu aan ons voordoet. In plaats daarvan gaan we druk in de weer met onze gedachten, meningen en verlangens.

Er is niets verkeerd met deze dingen; het probleem is alleen dat, om te beginnen, we ons voor een groot deel niet bewust zijn van wat we aan het doen zijn, wat betekent dat we gedreven mensen zijn. Onze geest kan ons op een dwaalspoor brengen en erg overtuigend zijn. Bijvoorbeeld, wanneer ik me niet rustig en ontspannen voel, is mijn instinctieve reactie om een manier te vinden die me ontspant, in plaats van te kijken naar wat me heeft verstoord. Ik probeer om alles ‘OK te doen voelen’. Mijn aandacht en inspanning gaan in de verkeerde richting.

Een antwoord op de ‘hoe’-vraag is om tot een herkenning te komen van de mentale en waarnemingsprocessen waarmee we heel effectief een open en direct ervaren blokkeren. Bijvoorbeeld, we hebben de neiging om niet op gelijke wijze naar alles te kijken-we selecteren op de basis van wat we als interessant of voordelig voor onszelf ervaren. We graaien naar wat plezierig is, negeren wat we niet relevant voor onszelf vinden en hebben er een afkeer van om hetgeen we als pijnlijk of problematisch ervaren, onder ogen te zien.

We houden veelal niet van onzekerheid dus proberen we alles dat we ervaren te interpreteren. We oordelen daardoor snel, plakken etiketjes op dingen, waarna we het stukje informatie, dat we geselecteerd hebben uit het hele scenario, verwerken op de basis van wat wij denken dat gaande is ‒ en dit alles in een fractie van een moment! We passen de dingen aan aan onze ideeën en concepten die we vervolgens gebruiken om beslissingen over zaken te nemen. We vinden het vaak moeilijk om werkelijk te erkennen dat anderen de dingen anders zien dan dat wij doen. Onze wijze van kijken is slechts één van vele mogelijkheden.

Er is geen reden voor een oordeel omdat dit eenvoudigweg een universeel menselijke ervaring is. Onze conceptuele ‘kijk op de dingen’ is hoe we nu kijken, en dat is het beste waar we nu toe in staat zijn. Het is niet iets dat noodzakelijkerwijs altijd zo blijft, maar we hebben de neiging om die ‘kijk op de dingen’ steeds weer te herscheppen en te versterken. Het in stand houden van onze ‘kijk op de dingen’ kan zo belangrijk voelen dat het ons leven domineert. Als we het anders willen, dan moeten we bereid zijn voor een radicale verandering.

Eerw. meester Daishin wees recentelijk op het feit dat we bereid moeten zijn om al onze hechtingen aan onze ideeën, meningen, onze kijk op onszelf en de wereld en onze pogingen om de beheersing van ons leven in eigen handen te houden, te laten gaan. Er mag hierin absoluut geen limiet zijn. Als we zelfs een kleine gekoesterde hechting achterhouden, onszelf verzekerend van onze oprechtheid en inspanning in de beoefening, zal dit in de weg staan van de volledige openheid die we zoeken. Elk type oogklep, hoe klein ook, zal onze zicht beperken.

Dit klinkt nogal ontmoedigend. Echter, wat van ons in de dagelijkse praktijk gevraagd wordt is niets anders dan het geven van onze volle aandacht, zonder oordeel, en het telkens weer loslaten wanneer we zien dat we ergens aan vasthouden of ons verzetten. Telkens wanneer we dit doen, al is het maar voor héél even, laten we het proces toe van ontspannen en openen naar wat is. We ervaren dan duidelijk dat we niets verliezen noch dat ‘iets’ wordt gewonnen. We hebben allen het vermogen dit te doen-en het voelt juist en wat we werkelijk willen ‒ en toch moeten we toegewijd hieraan werken.

Ik heb voor mezelf ontdekt dat, wanneer ik bereid ben werkelijk te kijken naar hoe ik ben, samen met het begin van begrip ook mededogen in mij naar boven komt. Ik zie mijn goede intenties en de tentakels van angst en vasthouden in wat ik doe. Als ik volledig betrokken ben bij het leven is er vreugde en tevredenheid in het leven zelf, zelfs wanneer er moeilijkheden op me toekomen. Ik erken het intrinsieke vertrouwen hierin en vertrouw erop dat ik in de goede richting opga. Dit op zijn beurt maakt het oppervlakkig, re-actieve niveau van zorgen en vergissingen duidelijk ‒ zij zijn niet wat ik waarlijk wens.

Regelmatige meditatie is essentieel in dit proces. Terwijl we onze gewoontepatronen verkennen (door stil te zijn en werkelijk te kijken), herkennen we de vluchtige aard van de dingen die de geest in beroering brengen. Het moment dat we voldoende open zijn om dit te zien, laten we reeds los. Soms verdiept de meditatie zich en nemen we een innerlijke ontspanning van ons ‘zelf’ waar en een innerlijke ruimte. Als we dan vertrouwen en onze aandacht erbij houden, loslaten en het verdiepen toelaten, dan is al wat we zijn en wat er zich ook in ons voordoet, gevat in stilte. We zijn niet alleen en afgezonderd. De moeilijkheden en beperkingen zijn alleen maar aanwezig in onze geest. “De waarheid is hier, recht voor onze eigen ogen.” wordt dan een herinnering aan en aanmoediging tot loslaten.

Gepubliceerd in: Journal of the Order of Buddhist Contemplatives, 2004.
Vertaling: eerw. Baldwin