Babyboeddha2-199x300Vandaag heeft ieder tijdens de ceremonie van de Geboorte van de Boeddha water over het beeldje van de baby Boeddha gegoten. Het water symboliseert mededogen; de baby Boeddha symboliseert de Boeddhanatuur is onszelf. De baby Boeddha wijst naar de hemel en de aarde. Het beeldje probeert weer te geven dat in de Boeddhanatuur alle tegenstellingen samen komen, verenigd en één zijn. Ik wil in deze korte lezing een aantal aspecten van de symboliek verduidelijken en aangeven wat ze kunnen betekenen in ons alledaagse leven.

Luisteren en mededogen

In de Surangama¹ soetra, een Mahayana soetra van voor de 8ste eeuw, vertelt Manjusri, de bodhisattva² van wijsheid, dat luisteren voor mensen de beste methode is om verlichting te realiseren. Als voorbeeld noemt hij Avalokiteshwara, die verlichting heeft gerealiseerd door het luisteren. Avalokiteshwara wordt dan ook de ‘beschouwer van geluid’ genoemd. De naam Avalokiteshwara is een Sanskriet woord en betekent zoiets als ‘hij/zij die de roep van de wereld hoort’. Vanwege zijn/haar vermogen om zo volledig te horen/luisteren, is Avalokiteshwara dan ook de bodhisattva van mededogen.

Luisteren en mededogen worden in vele boeddhistische teksten met elkaar verbonden. Waarom heeft luisteren met mededogen te maken? We kunnen die vraag enigszins anders stellen: Wat gebeurt er in luisteren dat het verbonden is met mededogen?




LuisterenLaten we eerst kijken naar wat luisteren is. Allereerst is het horen van geluid; stemmen, klanken, het ruisen van de bladeren, het zingen van de vogels, het geluid van onze eigen ademhaling. Maar het is ook bijvoorbeeld het ‘horen’ van de stilte in de ruimte waarin we ons bevinden, het ‘horen’ van onze gedachten of van de stilte in onszelf wanneer er geen gedachten zijn, het ‘horen’ van onze innerlijke stem, onze intuïtie. Dus luisteren is meer dan alleen maar geluid waarnemen met de oren. Het is iets dat verder gaat dan alleen maar het functioneren van het zintuigorgaan. Luisteren is iets dat we met ons hele wezen doen.

Misschien is dat ook de reden waarom bijvoorbeeld in de Tibetaanse boeddhistische traditie³ aangenomen wordt dat tijdens het stervensproces het horen als laatste wordt losgelaten. Alle andere zintuigen ‘sluiten’ eerst en dan als laatste het gehoorzintuig. Ook is het bekend dat bij comateuze patiënten het horen vaak actief kan zijn en dat deze patiënten, wanneer ze weer bij bewustzijn komen, soms kunnen navertellen wat ze gedurende de tijd dat ze ‘bewusteloos’ waren, hebben gehoord.

Ongedeelde werkelijkheid

Wanneer we echt luisteren, met onverdeelde aandacht, is ons hele zijn daarin betrokken en is de werkelijkheid die we dan ervaren een die ongedeeld is, niet versplintert. Alles heeft zijn eigen plek en samen is het één werkelijkheid. Het luisteren staat dan open voor alle informatie die in die ongedeelde werkelijkheid, het hier en nu, ligt. Het is een luisteren én naar de ander én naar jezelf, naar wat je zegt en denkt; het is een ‘luisteren’ naar je eigen lichaam en naar het lichaam van de ander, naar hoe die ander zich gedraagt; het is een ‘luisteren’ naar de hele situatie waarin de ander en ikzelf staan. We kunnen alleen volledig luisteren als we van binnen stil zijn en onze aandacht niet betrokken is bij een innerlijk verhaal of ‘gevangen’ zit in een detail. Dit volledig luisteren is open staan voor het geheel.

De opdeling van de werkelijkheid treedt op wanneer we met de geest een splitsing creëren door bijvoorbeeld negatief over iets te denken. Een verhaal start dan op in de geest waardoor de verbinding met de werkelijkheid van dit moment, met wat zich hier en nu voordoet, verbroken wordt. En meteen voel ik hoe ik in mezelf kom te zitten. Ik word dan wat gespannen, of onrustig of angstig, enz.

De baby Boeddha wijst met de vinger van een hand naar boven en met de vinger van de andere hand naar beneden; hemel en aarde in zichzelf verenigend. Waar de aarde voor staat, weten we wel. Dat is de wereld waarin we leven met al zijn zorgen en problemen, met zijn voor- en tegenspoed, met zijn angsten en geluk. Waar de hemel voor staat, daar heeft ieder zo zijn eigen gedachten over. Voor de een is dat een ‘hemelse’ toestand op aarde, voor de ander kan dat de plek zijn waar we leven na de dood. Het is in ieder geval iets moois, iets goeds, iets waarin we gelukkig en tevreden zijn. De baby Boeddha geeft aan dat in hem beide tegenstellingen samenkomen. Het is niet zonder reden dat het hier de baby Boeddha betreft, die naar hemel en aarde wijst. Een baby denkt nog niet rationeel na over de wereld waarin het leeft zoals volwassen dat doen. Het kent nog geen taal en denkt dan ook nog geen verhalen. Het kan alleen maar luisteren, heel direct, en daardoor heel direct ervaren en reageren op wat nu is.

Uit dat directe luisteren wordt de actie, de handeling die we doen, geboren. Die actie is per definitie een meedogende actie, niet omdat het altijd een vriendelijke, zachtaardige actie is; dat hoeft niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn. Het is een meedogende actie omdat het de werkelijkheid niet opsplitst in tegenstellingen waardoor het luisteren kan doorgaan. En als de wereld al opgedeeld is, zal die meedogende actie de fragmenten proberen te verenigen.

Voorbeeld

We kennen allemaal die situaties waarin datgene, wat we van tevoren hadden bedacht dat we zouden gaan doen, niet precies beantwoordt aan wat de situatie vraagt. Bij het geven van introductie-ochtenden had ik in het begin soms een verhaal in mijn hoofd (en soms zelfs op papier) dat ik dan tijdens de ochtend als het ware opzei. Het gereed hebben van een verhaal gaf me een gevoel van zekerheid; ik wist tenminste wat ik ging zeggen. Ik bemerkte al gauw dat, alhoewel de voorbereiding en het verhaal op zich niet verkeerd was, het vaak niet aansloot bij wat tijdens de ochtend eigenlijk nodig was. Soms hadden mensen al ervaring met meditatie en ging mijn verhaal daar volledig aan voorbij. Soms was het verhaal te lang en te gedetailleerd en sloot het niet aan bij de redenen waarom de participanten waren gekomen. Wat nodig was is mijn bereidheid om het verhaal (en daarmee mijn eigen onzekerheid) los te laten en te vertrouwen dat de juiste woorden komen als ik luister naar de situatie van moment naar moment. Ik kan mezelf helpen door eerst te vragen naar de redenen en verwachtingen waarmee mensen gekomen zijn. Ik luister ook naar de ‘sfeer’ van de ochtend: misschien is iemand wel wat gespannen en is het drinken van een kop koffie of thee precies dat wat nodig is om de sfeer meer ontspannen te maken. Ook luister ik naar mezelf. Afhankelijk van hoe ik ben die dag, misschien wat moe of bedrukt, misschien met veel energie, is het soms goed om tijdens de ochtend zelf wat stiller te zijn en soms mijn enthousiasme alle ruimte te geven. Alles wordt meegenomen en omdat ik steeds luister, kan ik beter omgaan en ontspannen inspelen op wat zich voordoet. Dit luisteren creëert meteen ook een sfeer waarin iedereen zich welkom voelt omdat het heel open is. Er is voor iedereen ruimte om zich te uiten. Naar wat gezegd wordt, door wie ook, wordt geluisterd en zo kan een gezamenlijk gesprek ontstaan dat voor ieder relevant is. Hou ik echter vast aan mijn verhaal, dan ontstaat er vaak een licht gespannen sfeer en word ik ook wat gespannen omdat het vasthouden aan mijn verhaal de verbinding met de anderen verhinderd (en ik ‘op mezelf’ kom te staan met alle angst die daaruit voortkomt, vooral wanneer ik mezelf en hoe ik presteer beoordeel) en allen zullen dit bemerken en wellicht ook wat onrustig of gespannen worden. Er is dan een opdeling; degene die het verhaal geeft en de luisteraars die niets anders kunnen dan luisteren. En dat voelt nooit echt goed. Alleen in de verbinding (wat loslaten van het idee dat we onafhankelijk op onszelf staan betekent) ervaren we de vrede en vreugde waarover het boeddhisme spreekt. Dit is de boeddhistische betekenis van mededogen, het herstellen van de verbinding.

Hoe kan je dit luisteren ontwikkelen? Die vraag kan niet beantwoord worden. Je luistert namelijk of je luistert niet. Het is opmerken dat je aandacht opgesloten zit in een detail zit, of dat nu je eigen gedachten zijn of iets dat zich buiten jou voordoet. Opmerken en vervolgens loslaten van datgene dat je aandacht vasthield door het luisteren naar het geheel weer op te pakken, te herstellen. Dan ben je weer volledig aanwezig in de levende werkelijkheid van dit moment waarin jij jezelf ervaart en de ander en de dingen om je heen.

Noten:
Ad¹: The Surangama Sutra, vertaald naar het Engels door Lu K’uan Yu (1966). Vanaf blz. 135: meditatie op het gehoororgaan.
Ad²: iemand die verlichting zoekt door het beoefenen van de 6 paramitas (vrijgevigheid, discipline, geduld, volharding, meditatie en wijsheid) ten bate van alle levende wezens.
Ad³: Zie ook het Tibetaans boek van Leven en Sterven door Sogyal Rinpoche, 1992.