Glimlach-van-de-Boeddha-300x225De afgelopen weken hebben we in de Dharmatoevlucht twee factoren van het Achtvoudige Pad besproken; juiste inspanning, factor 6, en juiste aandacht, factor 7. Beide factoren ondersteunen factor 8 ‘juiste meditatie’.

De Boeddha vergeleek juiste inspanning soms met het stemmen van een luit. Zijn de snaren te slap, dan brengt de luit amper geluid voort. Zijn de snaren echter te strak gespannen, dan klinkt de luit lelijk en schel. Een juiste spanning van de snaren is nodig willen ze een mooi geluid voortbrengen.

Balans vinden

Wanneer we zitten, is er een balans nodig tussen in- en ontspanning. We spannen ons in om rechtop te zitten en wakker en opmerkzaam te zijn. Spannen we ons echter teveel in – en dat gebeurt wanneer we gaan streven – dan wordt de houding rigide wat vaak lijdt tot pijnlijke schouders en een gespannen ademhaling. Teveel spanning in ons lichaam en in onze geest kan tot een chronische situatie leiden waarbij ons lichaam en onze geest verkrampt. Het lichaam is dan gevoelig en voelt hard aan en de geest maalt vaak door en kan weinig verdragen. Er moet een voldoende mate van ontspanning zijn waardoor de spieren zacht worden, de buik kan uithangen, de ademhaling natuurlijk kan verlopen en de geest tot rust kan komen. Wanneer we echter teveel ontspannen, verliezen we de rechte houding en de heldere wakkere staat van geest die samengaat met een correcte balans tussen in- en ontspanning.

Juiste inspanning gaat samen met juiste aandacht. Net zoals iemand die een muziekinstrument stemt en met aandacht luistert naar de klank van een snaar en zo de juiste spanning vindt, zo beveelt de Boeddha aan om met aandacht – misschien is het beter om te spreken over opmerkzaamheid of bewust zijn – te ‘luisteren’ naar vier aspecten die samen maken wat we zijn, namelijk ons lichaam, onze gevoelens, onze gemoedstoestand en de inhoud van onze geest.

Veelal ligt de aandacht maar bij één van deze aspecten. Zo zijn sommigen vooral met hun aandacht bij hun gedachten en verhalen en zijn ze niet bewust van hun lichaam. Anderen zijn weer meer bezig met hun gevoelens of zitten met hun aandacht vaak vast in een gemoedstoestand zoals depressie of angst. Wanneer je veel met je aandacht bij je gedachten zit, wordt dan ook eens bewust van je lichaam. Merk op hoe het voelt en misschien kan je ook bewust worden van welke gemoedstoestand samengaat met hoe je lichaam aanvoelt. En als je met je aandacht vast zit in een gemoedstoestand, merk dan eens op met welke gedachten of beelden je die gemoedstoestand voert en voel dan ook weer eens je lichaam. Niet zelden merk je dat je je lichaam onnodig gespannen houdt. Je kan ontspannen.

Ontspannen zonder streven

Die opmerkzaamheid vraagt een inspanning in de zin van een bereidwilligheid om de aandacht te verschuiven van het één naar het ander, van bijvoorbeeld onze gedachten naar het lichaam. Je zal merken dat als je een gewoonte hebt om met je aandacht veel bij je gedachten te zijn, het wat meer inspanning vraagt om echt bewust te worden van bijvoorbeeld je lichaam. Je aandacht zal steeds weer terugkeren naar je gedachten maar blijf teruggaan naar het voelen van je lichaam en ontspan.

Soms zal de ontspanning maar gedeeltelijk plaatsvinden. Als je lichaam ‒ of een deel van je lichaam ‒ voor lange tijd gespannen is dan treedt verkramping op en zal het enige tijd duren voor die verkramping om op te lossen. Belangrijk is om niet gespannen te streven naar ontspanning maar eenvoudigweg opmerkzaam te zijn waar je onnodig aanspant.

Je hoeft niet continue de aandacht te houden bij alle vier aspecten tegelijk, dat zou niet lukken en zou leiden tot een stressvolle houding die het tegenovergestelde zou zijn van waar juiste aandacht ons kan brengen. Voldoende is om bijvoorbeeld aan het begin van elke nieuwe activiteit even bewust te worden van hoe je bent, lichamelijk en mentaal. Opmerkzaam zijn van de vier aspecten van ons zijn brengt ons het inzicht dat deze vier aspecten nauw met elkaar samenwerken en eigenlijk een eenheid vormen. Een drukke geest gaat altijd samen met een gespannen lichaam, een bepaald gevoel en een gemoedstoestand. Hiervan bewust zijn is een belangrijke stap tot een meer ontspannen houding en gelijkmoedigheid ten aanzien van wat zich in ons voordoet.

Kenmerken van een heilzame mentale staat

In een toespraak zei de Boeddha verder het volgende over juiste inspanning:

“En wat, monniken, is juiste inspanning? Hierin wekt een monnik zijn wil op om het opkomen van kwaad (onheilzame staten) te vermijden; hiervoor spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. Zo ook om het kwaad (onheilzame staten die reeds opgekomen zijn) te overwinnen, om heilzame staten die nog niet opgekomen zijn te laten opkomen en om heilzame staten die opgekomen zijn te handhaven, om hen niet af te laten zwakken maar hen tot groei te brengen, tot volle wasdom en perfecte ontwikkeling. Dit is juiste inspanning.” (D22; A04-013).

Het Achtvoudig Pad is een pad naar het einde van lijden ofwel naar het einde van onheilzame mentale staten. Onheilzame staten zijn staten die onze geest en lichaam doen aanspannen en uiteindelijk doen verkrampen en zijn de basis van verkeerd spreken en handelen en van een verkeerde levensonderhoud (factor drie,vier en vijf van het Achtvoudig Pad). Een heilzame positieve mentale staat is een staat waarin we ons ook lichamelijk welbevinden en wordt in het boeddhisme gedefinieerd als een staat met tenminste één van de volgende kenmerken:

  1. Metta: liefdevolle vriendelijkheid voor jezelf en anderen
  2. Karuna: compassie/mededogen voor jezelf en anderen
  3. Mudita: de altruïstische vreugde in het welzijn en goede daden van anderen
  4. Upekkha: gelijkmoedigheid, het zonder gehechtheid accepteren van verlies en winst, lof en blaam, succes en falen zowel voor jezelf alsook voor anderen.

Onheilzame staten zijn alle staten die een belemmering zijn voor de hierboven genoemde kenmerken. De bekende Amerikaanse boeddhistische leraar Jack Kornfield gaf in een van zijn boeken de volgende behulpzame samenvatting van de belemmeringen:

“De naaste vijand van liefdevolle vriendelijkheid heet gehechtheid…..Aanvankelijk kan gehechtheid liefde lijken. Maar als ze toeneemt groeit ze uit tot haar onmiskenbare tegendeel; ze klampt zich vast, ze lijdt aan bedilzucht, ze is bevreesd.

De naaste vijand van mededogen heet medelijden, en ook die haalt ons uit elkaar. Medelijden vindt het zo erg voor die stumper daar, als zou die op de een of andere manier van ons verschillen….

De naaste vijand van vreugde om andermans geluk heet vergelijking, want die wil steeds weten of wij meer, hetzelfde of minder dan een ander hebben…..

De naaste vijand van gelijkmoedigheid heet onverschilligheid. Ware gelijkmoedigheid blijft evenwichtig in de storm van ervaringen, terwijl onverschilligheid zich schouderophalend terugtrekt uit angst om zich te engageren….”.

Juiste meditatie

Met een juiste inspanning en aandacht herkennen we de mentale staat die zich in ons voordoet, de gedachten die eraan bijdragen, de lichamelijke gewaarwordingen en het gevoel (aangenaam/onaangenaam/neutraal) die ermee samengaan. En dat ‘herkennen’ is de basis van ‘juiste meditatie’. De vorm van meditatie die we in onze traditie beoefenen wordt Stille Belichting meditatie genoemd. Het woord ‘belichten’ wordt in Van Dale omschreven als: aan alle facetten aandacht besteden. Je kan het ook begrijpen als bespiegelen of overwegen.

In meditatie laten we ons licht vallen op wat we zijn, en dat is altijd de toestand van ons lichaam en geest in dit moment, en we reflecteren erop. We zijn indachtig van hetgeen we gewaar zijn aan lichamelijke gewaarwordingen, gevoelens, gemoedstoestanden en hetgeen in de geest verschijnt aan gedachten en verhalen, beelden, herinneringen, enz. We herkennen gespannenheid als gespannenheid en laten het los, we herkennen gedachten en verhalen voor wat ze zijn en laten ze los, we herkennen een emotie voor wat het is en laten het los, alsook elke gemoedstoestand.

Open-handenAlhoewel het woord ‘loslaten’ soms zeer gepast is, is het een woord dat ik niet zo graag gebruik omdat het zo gemakkelijk begrepen kan worden als het ‘kwijtraken’ van iets dat ik niet kan accepteren en dat is zeker niet de betekenis hier van loslaten. Het kan misschien wel het beste vergeleken worden met het ontspannen van een hand die zich rond een klein object tot een vuist gesloten heeft. ‘Loslaten’ is het ontspannen en openen van die hand, een ‘niet-meer-vasthouden’, waardoor het object weer zichtbaar wordt. En in het zichtbaar worden van het ‘object’, of dat nu een emotie is, een gedachte of een lichamelijke of zintuiglijke gewaarwording, zien we het voor wat het waarlijk is, iets dat slechts tijdelijk in ons bewustzijn bestaat als gevolg van evenzeer tijdelijke condities en omstandigheden. Dat ‘zien’ zelf is het ‘verschijnen’ van de heilzame staat van liefdevolle vriendelijkheid, compassie/mededogen, de altruïstische vreugde en gelijkmoedigheid want er is in dat ‘alleen maar zien’ geen hechting en dus geen vasthouden en verkramping (de gesloten hand) meer. In dat ‘alleen maar zien’ ligt een innerlijke glimlach besloten die uiteindelijk zelfs de meest subtiele spanning ontspant.

‘Juiste meditatie’ is dus eigenlijk niet iets dat we doen; het is niet zozeer een activiteit maar de vrucht van juiste inspanning en juiste aandacht. We oefenen dagelijks en in elke activiteit om onze inspanning ‘juiste inspanning’ te maken en om aandacht ‘juiste aandacht’ te laten zijn. Dit vraagt tijd, geduld en doorzettingsvermogen. Maar uiteindelijk zal onze oefening vrucht dragen en doet het je beseffen dat meditatie, en de glimlach die ermee samengaat, het grote ‘JA’ , de basis van je leven is.

Lees het vervolg op dit artikel: Het JA en juist inzicht