DharmawielHet Achtvoudig Pad is het pad naar het einde van lijden. In het boeddhisme wordt het vaak symbolisch weergegeven als een achtspakig wiel. De aspecten van het Achtvoudig Pad zijn:
1. Juist begrip, 2. Juist denken, 3. Juist spreken, 4. Juist handelen, 5. Juiste leefwijze, 6. Juiste inspanning, 7. Juiste aandacht, 8. Juiste meditatie.

Dit artikel gaat in op de aspecten: Juist spreken, Juist handelen en Juiste leefwijze


De drie aspecten van het Achtvoudig Pad met betrekking tot spreken, handelen en leefwijze vormen een groep met de naam Sila. Ze bieden richtlijnen om je leven zo te leiden, dat alle handelingen in overeenstemming zijn met de verlichting. Wanneer we Sila beoefenen, oefenen we door ons uiterlijk handelen te richten op innerlijke vrede, net zoals we meditatie en aandachtig handelen oefenen door ons geestelijk handelen te richten op harmonie met het universum. Deze twee benaderingen vullen elkaar aan en leiden tot een boeddhistisch leven in eenheid.

Door de eeuwen heen heeft Zen de verschillende elementen die vroeger tot de juiste spreken, handelen en levenswijze-aspecten van het achtvoudig pad behoorden verder ontwikkeld en ze tot stelsels van leefregels omgevormd. Er zijn verschillende manieren om deze leefregels tot uitdrukking te brengen, en wat hierna volgt is een van die manieren. Hoewel de leefregels op het eerste gezicht kunnen overkomen als starre regels van een bekend soort moralisme, zijn het eigenlijk hulpmiddelen om tot bevrijding te komen. Als je ze ziet als beschrijvingen van verlicht handelen, en niet als voorschriften tegen slechte daden, dan leiden ze tot de tekenen van wijsheid – liefdadigheid, zachtaardigheid, welwillendheid, en invoelingsvermogen – en niet tot schuldgevoelens, schaamte of zelfverwijten. Wie een leven leidt van juist spreken, handelen en leefwijze, zal zich sterker bewust worden van het eigen spirituele hart: wie de regels negeert, zal merken dat er een verruwing en een afsluiting optreedt, zowel in het eigen spiritueel leven als in relatie tot anderen.

De leefregel van de Drie Juwelen

De Drie Toevluchten, die door alle boeddhisten worden gedeeld, vormen de eerste en meest omvattende leefregel.
• Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha. Ik vertrouw mijn leven toe aan de leiding van de Boeddha’s die in deze wereld zijn verschenen en aan de Boeddha-natuur in mij.
• Ik neem mijn toevlucht tot de Dharma. Ik vraag om ondersteuning aan allen die deze Weg voor mij zijn gegaan.
• Ik neem mijn toevlucht in de Sangha. Ik vraag om raad en wijs advies bij degenen die de liefde voor waarheid en toewijding van het Achtvoudig Pad delen.

Wanneer we de Drie Toevluchten als een samenhangende leefregel zien, als een allesomvattende levenswijze, zullen ze ons begrip voor alle andere leefregels in goede banen leiden en in harmonie brengen. Als we een Toevlucht veronachtzamen, wordt onze training net zo wankel als een kruk met twee poten.

De drie zuivere leefregels

Deze bieden een manier van interpreteren voor het navolgen van de specifieke leefregels en geven steun in situaties, waarin geen van de leefregels van toepassing lijkt, of waar leefregels elkaar lijken tegen te spreken.

• Ik zal afzien van kwaad doen. Het is mijn eerste en voornaamste wens, om geen levend wezen kwaad te doen. Ik zal in het diepst van mijn hart de vraag stellen: “is hetgeen ik wil gaan doen schadelijk, iets wat een scheiding aanbrengt tussen een wezen en Dat wat niet geboren is en niet sterft? Is het iets waarvan ik moet afzien, een verkeerde handeling, een onwijze handeling?” Op een bepaalde manier is het zo, dat ‘het kwaad’ niet bestaat: er is alleen onwijs handelen, voortkomend uit onwetendheid en verwarring. Ik oefen zodat ik zoiets dergelijks niet zal doen, noch tegen mezelf, noch tegen anderen of de wereld.

• Ik zal alleen goed doen. Het is mijn oprechte wens om slechts dat te doen, wat met de waarheid overeenkomt. Ik zal in het diepst van mijn hart vragen: “Is hetgeen ik wil gaan doen, gepast, geschikt, iets dat men kan doen? Leidt het tot bevrijding?” Dit is het goede, dat boven de tegengestelden van ‘goed’ en ‘kwaad’ uitstijgt.

• Ik zal goed voor anderen doen. Ik bid dat elke van mijn daad van echte waarde zal zijn en dat ik nooit onbedoeld de voorwaarden schep, die ertoe leiden dat anderen kwaad doen. Ik zal in het diepst van mijn hart vragen: “Is hetgeen ik wil gaan doen echt van waarde? Is het een passende gave? Komt het overeen met de zuivering van mijn hart?”

Als we oprecht kunnen zeggen dat we in elke zaak van belang de Drie Zuivere Leefregels zorgvuldig hebben toegepast, kunnen we gerust zijn dat we onze best hebben gedaan. En meer vraagt het boeddhisme niet van ons. Fouten zullen toch worden gemaakt, natuurlijk, daarvoor zijn we mensen. Maar ze zullen met een zuiver hart zijn gemaakt en in het grote perspectief, daar gaat het om. Er zijn verschillende manieren om naar het stille, rustige, diepste deel van ons hart te luisteren. Ieder van ons moet dat zo eerlijk mogelijk doen. Daar zijn geen formules voor, geen eenvoudige antwoorden. Maak de Drie Zuivere Leefregels nooit tot minder dan ze zijn.

De tien grote leefregels

Deze tien regels zijn specifieke richtlijnen voor het boeddhistisch leven, zoals een zenleerling het beoefent. Wanneer ze tot ons merg en been worden, worden we ware volgelingen van Boeddha. Als we opzettelijk een van de regels negeren, brengen we een scheiding aan tussen onszelf en de familie van Boeddha.

• Ik zal geen leven nemen. Als alle wezens een zijn met de Boeddhageest, hoe zou ik dan het leven van een van die wezens kunnen nemen?

• Ik zal niet stelen. Als het mijn diepe wens is om alle hechtingen op te geven, hoe zou ik dan bewust iets willen wegnemen dat niet uit vrije wil wordt gegeven?

• Ik zal afzien van het misbruik van de seksualiteit. Als lichamelijke genegenheid een diepe uitdrukking is van liefde, en liefde een aspect van de boeddha-natuur, hoe zou ik die liefde dan kunnen verlagen door alleen maar toe te geven aan mijn verlangens, op een manier die tot gebruik, schade, verraad en misbruik van anderen leidt?

• Ik zal geen onwaarheid spreken. Als het de wens van mijn hart is om een met de waarheid te zijn, hoe zou ik dan bewust iemand op welke wijze dan ook kunnen bedriegen?

• Ik zal de wijn van onwaarheid niet verkopen. Als helder bewustzijn de deur tot verlichting is, hoe zou ik dan bewust iemand kunnen hinderen op de Weg door aan te zetten tot gebruik van middelen, ideologieën, vals geloof of wat dan ook dat verdoezelt of bedwelmt?

• Ik zal geen kwaad spreken van anderen. Als het mijn wens is om vanuit de barmhartigheid in mijn hart te leven, hoe zou ik dan bewust kwetsend of ontmoedigend over anderen kunnen spreken?

• Ik zal niet van trots over mezelf vervuld zijn of neerkijken op anderen. Als het mijn wens is om van het valse idee van het zelf afstand te doen, hoe zou ik dan bewust trots over het zelf kunnen voelen, hoe zou ik dan op anderen kunnen neerkijken?

• Ik zal afzien van het achterhouden van Dharma of bezit. Als goedgeefsheid het eerste teken van verlichting is, hoe zou ik dan bewust iets achter kunnen houden?

• Ik zal afzien van het koesteren van boosheid. Als het de wens van mijn hart is om de liefde daarin vrij te laten stromen, hoe zou ik dan opkomende boosheid kunnen vasthouden en voeden, hoe zou ik ernaar kunnen handelen en kwaad te doen?

• Ik zal afzien van smaad ten aanzien van de Drie Juwelen. Als dit mijn ware Toevlucht en de Weg zelf is, hoe zou ik me daarvan af kunnen keren, hoe zou ik daarover twijfel kunnen zaaien bij anderen?

De 48 kleinere leefregels

Samen met de tien grote leefregels vormen deze een gedetailleerde beschrijving van de manier van leven van de Bodhisattva’s. Al de 58 leefregels samen zijn daarom bekend onder de naam ‘Bodhisattva Leefregels’. Een volledige beschrijving hiervan staat in het boek Buddhist Writings. Daartoe behoren richtlijnen voor het beoefenen van respect en dankbaarheid, voor het afzien van dronkenschap en verdovende middelen, voor het voeren van een vegetarisch dieet, voor het aanmoedigen van andere bij hun training, voor het vinden van energie in de training, voor het bieden van zorg aan zieken of mensen in nood, voor het afzien van bezit van of handel met dodelijke wapens, voor het afzien van profijt trekken uit het leed van andere wezens, voor het afzien van het verwaarlozen van de wereld of de wezens daarin, voor het afzien van misbruik van macht of positie, voor het vermijden van onpassende leefwijzen en voor het voorkomen van verstrikt raken in afleidingen.

Vervolg: Het Achtvoudig Pad – deel 3