De boeddhistische tempel
Eerw. Baldwin Schreurs
In dit artikel wil ik wat dieper ingaan op een aantal functies van een tempel of klooster binnen het geheel van de boeddhistische beoefening. Al deze functies hebben als voornaamste doel, de beoefening van meditatie en het naleven van de leefregels te ondersteunen en te verdiepen, waardoor we geleidelijk aan steeds beter in staat zijn om vanuit de stilte van het Hart te leven. We leven tegenwoordig in een drukke tijd (in de letterlijke en figuurlijke zin) en het is geen gemakkelijke opgave om contact te houden met het eigen Hart. Als je de Pali-canon leest, waarin het leven van de Boeddha is opgetekend, dan werd het 2500 jaar geleden niet veel anders ervaren. Ook toen vond men het moeilijk om het stille en wijze Hart te vinden en van daaruit te leven. De Boeddha en zijn volgelingen leefden veelal in kleine kloosters in een park of bos buiten de stad. Daar werd door de monniken een sfeer van stilte en aandacht in stand gehouden omdat dit behulpzaam is bij het leren luisteren naar en volgen van het Hart. Vele leken in die tijd bezochten deze kloosters regelmatig voor wijze raad en instructie.
Het is zonder meer gemakkelijker om in meditatie te zitten wanneer er weinig afleiding is. Met name geluiden als gepraat of muziek maken het ons soms moeilijk om te luisteren naar de innerlijke stilte. Door de eeuwen heen hebben tempeltjes en kloosters (van vele religieuze tradities trouwens) dan ook een ruimte geboden waarin je in de aanwezige stilte zelf kan verstillen. Dat is één van de functies van een tempel. Een sfeer van stilte en aandacht in de tempel ontstaat niet vanzelf; zij is voor een groot deel afhankelijk van onze inspanning om zelf stil en aandachtig te zijn, niet alleen tijdens de formele meditatieperioden maar ook wanneer we bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten, samen koffie of thee drinken en zitten te praten. Ook in sociale interacties kunnen we oefenen om contact te houden met de stilte in ons Hart. Net zoals we goed in onszelf kijken om te zien of wat we willen doen ook goed is om te doen, kunnen we ons ook afvragen of wat we willen zeggen goed is om te zeggen. Is het behulpzaam, voegt het iets van waarde toe aan het gesprek of dient het alleen maar om de stilte te vullen? Dit betekent zeker niet dat een grapje of vrolijke opmerking nooit op zijn plaats is; humor is belangrijk. Ook hoeft een gesprek niet altijd diep te zijn. Maar de vraag blijft: praat ik om de stilte te vullen en daarmee wellicht mijn eigen gevoel van ongemak bij het stil zijn te vermijden?
Stilte
Velen van ons vinden stilte, vooral wanneer deze zich voordoet in sociale interactie, ongemakkelijk en onplezierig. Mijn eerste ervaring met een maaltijd in stilte staat me nog steeds bij. Het was tijdens mijn eerste meditatieweekend. Ik voelde me tijdens die maaltijd heel gespannen en zelfbewust en mijn geest maakte overuren om de situatie innerlijk enigszins te beheersen. Stilte kan onze innerlijke onrust soms heel goed spiegelen. De tempel geeft ons de ruimte en mogelijkheid om die stilte werkelijk te gaan ontdekken en daarin te ontspannen. Dat betekent dat we moeten aanvaarden dat we ons soms ongemakkelijk zullen voelen. Dat is een onderdeel van de oefening. Het gevoel van ongemak kan zich op vele momenten voordoen. Soms gedurende de zitmeditatie, soms tijdens het luisteren naar een lezing of discussie, soms omdat iemand anders of jijzelf iets doet of zegt wat je niet bevalt, begrijpt of niet kan plaatsen. De mogelijkheden waarin het zich kan en zal voordoen zijn ontelbaar. Soms neemt iemand dat gevoel van ongemak als reden om met de oefening te stoppen of niet meer naar de tempel te komen. Maar dan zal ook niet duidelijk worden wat achter dit gevoel van ongemak schuilgaat. En dat is juist één van de redenen waarom we oefenen. Door het gevoel te gaan zien voor wat het is, namelijk onze (geconditioneerde) reactie op hoe dit moment zich voor ons ontvouwt, kunnen we gaan ontdekken dat het ‘probleem’, ons ongemak, niet ligt in het ontvouwen van het moment zelf, maar in de relatie die we ermee aangaan. En die is voor ons allen verschillend: wat de één als storend ervaart zal de ander niet deren.
We hebben de neiging om de oorzaak van een probleem dat we met iemand of een situatie hebben bij de ander of bij die situatie te zoeken. Maar zelden nemen we de tijd om wat dieper in onszelf te kijken en ons te bezinnen op wat aan de basis ligt van onze gevoelens, bijvoorbeeld van irritatie of kwaadheid. In ons dagelijkse drukke leven lijkt die tijd vaak ook niet voorhanden. De tempel is dan bij uitstek een plek waar we die tijd wel kunnen nemen en indien nodig met de monnik kunnen spreken. Die mogelijkheid om de tijd te nemen om dieper te kijken en naar het eigen Hart te luisteren is van grote waarde. Het vergroot ons inzicht in hoe de dingen waarlijk zijn en dit inzicht stelt ons in staat om met werkelijke vrede in het dagelijkse leven te staan.
Bijna elke derde zondag van de maand hebben we een meditatiedag die met een korte ochtendceremonie begint. Een ceremonie is een gelegenheid om de stilte tot uitdrukking te brengen in de activiteit van het buigen, zingen, staan en rondlopen. Velen ondervinden bij het bijwonen van ceremonies soms een gevoel van onbehagen of onzekerheid. Vragen als ‘Wat wordt er van mij gevraagd’ ‘Doe ik het wel goed’ en ‘Wat heeft het voor een nut’ willen dan wel eens in ons opkomen. We hoeven dan niet méér te doen dan de vragen toe te laten en te laten gaan. Aanvaarden en loslaten. Een overgave aan het zich continu ontvouwende moment. Deze vorm van beoefening helpt ons te ervaren dat de vrede van ons Hart samengaat met ons vermogen de dingen te nemen zoals ze zijn. En of dat nu in een ceremonie is, thuis of op het werk, dat maakt niet veel uit. Wanneer we ons niet meer (mentaal) verzetten, ontspant het Hart zich en zijn we in staat om de stilte daarin te horen. En het is die stilte die ons laat weten wat goed is om te doen.
Hierbij past wel een kleine waarschuwing: wat goed is om te doen komt niet altijd tot uiting in een prettig gevoel. Soms is dat wat goed is om te doen iets dat ons bang of onzeker maakt. En omgekeerd is een goed gevoel niet altijd een juiste aanwijzing dat wat we van plan zijn te doen ook werkelijk goed is. We kunnen soms heel wat schade berokkenen met de beste intenties! Gevoelens zijn net zo geconditioneerd en vluchtig als gedachten en zelden geven ze ons een waar beeld van hoe de dingen werkelijk zijn. Dus het luisteren naar het Hart is luisteren naar de stilte voorbij onze gedachten en gevoelens. De volgende stap is dan het volgen van het Hart: doen wat goed is om te doen, ongeacht onze onzekerheid, angst of welke emotie dan ook. Dit is werkelijke vrijheid, omdat de goedheid van ons Hart zich dan elk moment zonder belemmering kan uiten. Moeilijk om te leren, zonder meer, maar niet onmogelijk. De tempel geeft ons de ruimte om hiermee te oefenen. En als we niet opgeven, zal onze oefening uiteindelijk vrucht dragen.

