De Behaaglijkheidszone
Eerw. Alicia Rowe
Het is heel natuurlijk dat iedereen in een veilige en betrouwbare omgeving wil leven. Voor de meesten van ons gaat deze instinctieve drang echter ver voorbij de noodzakelijke behoeften aan voldoende voedsel, behuizing, kleding en medische zorg, en bescherming van diegenen die ons willen pijn doen en doden.
Vermijden van dat wat moeilijk is
De meesten van ons doen vaak van alles om situaties te vermijden, die ons in wat voor een wijze ook beangstigen of ons ongemakkelijk maken, en proberen in plaats om onze levens te vullen met dingen en activiteiten die ons plezieren. Bijvoorbeeld, de meeste mensen hebben een afkeer van onenigheid. Sommigen zijn bereid om met conflictsituaties om te gaan, anderen vermijden ze zo goed als ze kunnen, en sommige mensen zijn er zo bang voor dat hun hele leven draait om het iedereen naar hun zin te maken. Een ander voorbeeld is het spreken in het openbaar, waar een groot deel van de volwassen populatie een afkeer van heeft. Wanneer we voor een groep mensen staan, staan we in het middelpunt van alle aandacht en voelen we ons, wellicht terecht, dat we beoordeeld en bekritiseerd worden. We vrezen dat we dwaas of onwetend overkomen of dat we onszelf belachelijk zullen maken. We neigen ernaar om situaties te vermijden waarvan we denken dat we ze niet aankunnen en alles, dat ons het gevoel geeft dat we niet goed genoeg zijn. Sommigen van ons zijn bang om alleen te zijn, anderen vrezen het samenzijn met anderen. Het onbekende is voor de meeste van ons een angstige plek.
Taken die we onplezierig vinden om te doen maar die we niet kunnen weigeren, worden door de gedachte dat we ze niet kunnen ontlopen nog meer onplezierig. Als we niet van schilderen houden, en er moet in het weekend iets geschilderd worden, dan kan de hele voorgaande week onder een wolk van gedachten over hoe waardeloos het weekend gaat worden, verscholen gaan. En terwijl we de onplezierige taak aan het doen zijn, klagen we tegen onszelf of wensen we dat we ergens anders waren. Er zijn ook onvermijdelijke taken die op zichzelf niet onplezierig zijn maar die we zien als iets dat onze tijd opslokt en ons ervan weerhoudt dat te doen waarvan we plezier denken te beleven. Aan de andere kant zijn er specifieke condities en activiteiten die we prettig en plezierig vinden. We vinden ze leuk als ze zich voordoen, of we kunnen een gedreven mentaliteit ten opzichte van ze hebben. Een goede gezondheid is zeer zeker goed om te hebben, maar het handhaven ervan wordt voor sommigen soms een obsessie. Voldoende rust en ontspanning wordt als wenselijk ervaren, maar is 8 uur per nacht werkelijk een 'heilige' standaard? Leven we voor onze favoriete bezigheden — lezen, beluisteren van muziek, TV, winkelen, sporten? Iedereen doet graag dingen waar hij of zij goed in is. We houden ervan wanneer we ons zeker voelen, ontspannen en we de situatie meester zijn.
De behaaglijkheidszone
Al deze dingen, die we ontlopen en die we zoeken, definiëren wat we onze 'behaaglijkheidszone' kunnen noemen, de omgeving waarin we ons veilig en behaaglijk voelen. Als we het leven benaderen door het proberen te leven in de behaaglijkheidszone, dan zal dit zich ook uiten in hoe we meditatie en onze spirituele beoefening benaderen: we willen dat het goed voelt; we willen ons helder en vol zelfvertrouwen voelen over wat we aan het doen zijn; we willen tekenen van succes zien; we willen weten welke richting we opgaan. En wanneer het niet zo is, wanneer het niet goed voelt omdat onze gedachten overal en nergens zijn, of als we pijnlijke emoties of verwarring ervaren, of wanneer we niet zeker zijn over wat we aan het doen zijn, of als we niet die ervaring hebben waarover we gelezen hebben en wanneer we niet kunnen zien dat we vooruitgang maken, beginnen we te twijfelen, of onszelf, of de beoefening, of beide. We beginnen onszelf af te vragen of we niet iets anders moeten gaan doen dat ons dat specifieke gevoel zal geven waarvan we denken dat dat het is dat we moeten voelen.
Het leven in de behaaglijkheidszone heeft zo zijn nadelen. Om te beginnen heeft het heel wat energie nodig om het in stand te houden. Je moet altijd alert zijn voor die dingen die je behaaglijkheid bedreigen en je moet ontwijkende acties ondernemen wanneer zich iets bedreigends voordoet. Als je je niet behaaglijk voelt, wil je je behaaglijk voelen, en wanneer je je behaaglijk voelt ben je bang het te verliezen. De behaaglijkheidszone is ook een plek waarin je zeer op jezelf gericht bent. De aandacht is voornamelijk op ons en op ons onmiddelijk gerief en bevrediging. Het grotere plaatje en de lange-termijn visie is in dit alles niet erg aanwezig. Een ander nadeel is dat het leven in de behaaglijkheids-zone ons ervan weerhoudt om in nieuw en onbekend terrein uit te stappen, zowel in onze dagelijkse activiteiten als in onze manier van denken. We worden gewoontedieren, vasthoudend aan onze gebruikelijke wijzen van doen en denken. Soms zitten mensen vast in banen die ze haten, in onterende relaties of in een slachtofferrol omdat dat hetgene is dat vertrouwd is en op de één of andere manier 'veilig'. Het meest schadelijke van dit alles is het feit dat we niet kunnen groeien. We zijn als een bonsaiboompje, van uitgroeien teruggehouden zodat het in een kleine ruimte past.
Angst en twijfel
Eigenlijk hebben we onszelf in een gevangenis gestopt en hebben we angst en wantrouwen als onze gevangenbewaarders aangestelt. We hebben onze verantwoordelijkheid voor onze eigen levens opgegeven. We vrezen alles dat ons gevoel van zekerheid zal verstoren en we wantrouwen ons eigen vermogen om met het onbekende om te gaan. We zetten al op al om onze gemoedsrust veilig te stellen en zien niet dat dit precies het tegengestelde effect heeft. We worden 's ochtends wakker en onze eerste gedachten zijn zorgen over de dag die eraan staat te komen. Als we goed kijken zullen we zien dat de wortel van al onze onbehaaglijkheid angst en twijfel is. Angst manifesteert zich als alles dat ligt tussen milde zorg tot volslagen paniek. Alle onplezierige mentale staten kunnen teruggeleid worden naar angst en twijfel. Bijvoorbeeld kwaadheid en frustratie uiten zich wanneer we onze zin niet krijgen. We zijn bang om ongelukkig te zijn of niet in staat om op een positieve manier om te gaan met wat gebeurt is. We zijn bang dat we iets kwijt raken. Jalouzie is bezitterigheid, de angst voor verlies. Wanneer we ons vervelen, kunnen we de rusteloosheid en psychische angst voelen. Depressiviteit, gêne, schuldgevoelens, gevoelens van ontoereikendheid — ze hebben allemaal angst en twijfel aan hun basis.
Waarom is er zoveel geschreven over angst en twijfel? Waarom zijn ze zovaak het onderwerp van gesprek? Dit is omdat ze fundamentele gemoedstoestanden zijn van wezens die zichzelf als afgescheiden van de rest van het universum ervaren. Zolang we in het ongewisse zijn over ons één-zijn met het gehele bestaan, over ons onderling verbonden zijn, zolang zullen we het gevoel hebben dat we onszelf moeten verdedigen. We vrezen verlies en we betwijfelen onze fundamentele toereikendheid. Elke keer wanneer we door vrees en twijfel ons verzetten en terugkruipen in onze behaaglijkheids-zone, zetten we een nieuwe baksteen in de muur van onze gevangenis, waarmee we het idee van onze afgescheidenheid verder versterken. Deze gevangenis is wat eerw. meester Jiyu-Kennett in haar commentaar op de Kyojukaimon* het 'huis van ons ego' noemde. Om te groeien moeten we een weg eruit vinden. Door te leren onze angsten recht in het gezicht te kijken, kunnen we onze behaaglijkheidszone vergroten. We kunnen de angst om in het openbaar te spreken overwinnen. We kunnen leren om meer assertief te zijn. Maar dit zal ons niet werkelijk vrij maken. We zijn nog altijd in een gevangenis, alleen is die nu groter. Wij moeten het opblazen en volledig neerhalen. Hoe doen we dit?
We moeten de 'bouwer' van het huis kennen. Angst en twijfel zorgen dat we een muur om onszelf bouwen, en angst en twijfel zijn in ons aanwezig omdat we onszelf als afgescheiden wezens zien. De Boeddha echter weerlegde het idee van een afgescheiden 'zelf' . Hij zag dat alle dingen onderling verbonden zijn, hoe alle wezens één zijn in Dat wat Is. Hij toonde ons hoe we ons van de illusie van afgescheidenheid kunnen bevrijden en uit de gevangenis gebouwd door angst en twijfel. Door het oefenen in gewaarzijn en meditatie kunnen we leren zien en onderkennen hoe angst en twijfel aan de basis liggen van al onze onaangename gevoelens, en leren we zien dat het idee van een afgescheiden zelf, van waaruit ze voortkomen, een illusie is. Het bestuderen van de leringen van de Boedddha helpt ons om dit te begrijpen.
Het belangrijkste is om, wanneer angst en twijfel in ons aan het werk zijn, ze niet de oorzaak van het bouwen van een gevangenis te laten zijn. In plaats daarvan moeten we ze zien en erkennen en vervolgens loslaten en naast ons neerleggen. Laten ze je niet terughouden. Zie en onderken dat er angst is en ga dan verder en doe wat er gedaan moet worden; ontwijk het niet. Als iets je zenuwachtig maakt, als angst en twijfel je doen aarzelen om iets te doen, en wanneer er geen andere reden is om het niet te doen, zie dat dan en zet dan een positieve stap en doe het. Op deze wijze verzwakken we de greep die ze over ons hebben. Telkens wanneer we dit doen, nemen we een baksteen uit de muur inplaats van één erin te zetten. Ga niet zitten mediteren met twijfelende gedachten over of je het wel allemaal goed doet. Zet die gedachten aan de kant en vertrouw je volledig toe aan de meditatie. De wens om te oefenen, de wens om te mediteren en de daad van het werkelijk gaan zitten en de inspanning te maken om te mediteren, zijn voldoende. We kunnen onze oprechtheid vertrouwen en we kunnen de meditatie vertrouwen. Ik hou van het woord 'toevertrouwen' omdat het mij eraan herinnert dat het niet gaat over een afgeschieden 'ik' die op zichzelf iets aan het proberen is. Er is een groter plaatje: ik ben deel van dat veel grotere geheel en ik kan mijzelf daaraan toevertrouwen.
Vrijheid
We hebben een oprechte wens om te oefenen. We doen ons best in onze specifieke omstandigheden en met onze specifieke conditioneringen. We werken aan het omvormen van aangeleerde denk- en gedragspatronen in een heel leven vergaard, dus kunnen we niet meteen volmaaktheid verwachten — ons best doen is goed genoeg. Zelfs als het allemaal een warboel lijkt, is dat ook OK, en gaan we gewoon door. De waarheid is belangrijker dan perfectie. We nemen verantwoordelijkheid voor wat we voelen en we weten dat er een groter geheel is. Wanneer we slechts geïnteresseerd zijn in onszelf, is onze levensopvatting bekrompen en zijn we angstig en twijfelend. Wanneer we weten dat we deel zijn van iets veel groters dan 'onszelf', voelen we ons niet alleen minder eenzaam maar wordt onze angst ook heel wat minder.
Zenmeester Dogen heeft gezegd dat we altijd door de waarheid verstoord moeten worden. Het woord 'verstoren' betekent hier het belemmeren van de normale ordening of wijze van functioneren van iets, dat een gevoel van zorg en angst oproept. Dat is wat het leven ons doet; het 'bemoeit' zich met onze geriefelijke ordening van ons leven en functioneren en veroorzaakt daardoor een gevoel van zorg en angst. Dogen zegt dat we het zo moeten laten. Voortgaan in het leven betekent het voelen van angst. Laten we onszelf toestaan om deze angst en twijfel te kennen voor wat ze zijn en laten ze ons voortduwen in de richting van waarheid, uit de gevangenis van 'zelf' naar ware vrijheid.
Nawoord:
Angst en twijfel zijn soms duidelijk herkenbare emoties. Maar ze kunnen ook heel subtiel zijn en ons denken en gedrag beïnvloeden zonder dat we er bewust van zijn dat angst aan de basis ervan ligt. Het is voor die reden dat het boeddhisme zoveel nadruk legt op het oefenen van gewaarzijn in het dagelijkse leven. Angst komt niet tot een einde door onszelf eenvoudigweg voor te houden dat we niet angstig moeten zijn. In die redenering zelf zit een vorm van angst ingebed, de angst voor angst. Het is door helder de angst, hoe subtiel ook, waar te nemen dat we vrij worden van angst. Die vrijheid is niet hetzelfde als geen angst hebben. Vrij van angst zijn betekent dat ons denken en handelen niet meer geconditioneerd worden door angst. We hebben de vrijheid om dat te doen waarvan we diep in onszelf voelen dat het goed is om te doen; of daarbij wat angst in ons naar boven komt of niet is niet meer zo belangrijk, het zal ons niet belemmeren.
Nu, het laatste wat we moeten doen is op zoek gaan naar angst om het op de één of andere manier te bezweren. Het is voldoende om in aandacht te oefenen. Door gedurende de dag met aandacht en gewaarzijn te denken en te handelen, beginnen we steeds duidelijker te zien wat ons soms drijft. Waarom we op bepaalde momenten op een bepaalde manier handelen en denken. En door te blijven oefenen in aandacht, beginnen we subtielere vormen van angst te onderkennen. Het wonderbaarlijke is nu dat het zien zelf ervoor zorgt dat we voorbij de angst en twijfel gaan. Dit is niet een éénmalig gebeuren; het is een steeds weer opnieuw zien en voorbij de angst gaan, maar steeds dieper en verder. En zo worden we steeds vrijer en durven we steeds meer met een open hart en geest in het leven te staan.
Eerw. Baldwin Schreurs
*) Kyojukaimon: Het geven en ontvangen van de Leer van de Leefregels. Zenmeester Dogen met commentaar van eerw. meester Jiyu-Kennett. 1996.

