Loslaten, is dat wel zo gemakkelijk?

Arnout Groen

Heb geduld met al wat onopgelost in uw hart woont en probeer de vragen zelf lief te hebben

Rainer Maria Rilke

Een aantal jaren geleden, wanneer de auto weer voor de terugreis was ingepakt op vakantie, sprong ik altijd nog even in het meer. Ik wilde dat vakantiegevoel waarbij weinig moest, dat gevoel van vrijheid-blijheid, vasthouden en mee naar huis nemen. Meestal was dat prettige gevoel na een kwartiertje richting snelweg al gedeeltelijk vervlogen. Net zoals een nat zeepje, dat ik stevig onder de douche probeer vast te klemmen in mijn hand, zo ontglipte mij ook dat vakantiegevoel, iedere keer weer op weg naar huis. Maar niet alleen het willen vasthouden aan het fijne, maar ook het moeilijk afstand kunnen nemen van onprettige zaken heeft met loslaten te maken. Dat vind ik ook niet altijd even gemakkelijk. Ieder van ons kent het wel. We zijn ergens heel boos over, vast overtuigd van ons eigen gelijk en misschien hebben we inderdaad gelijk. Of we hebben iets gedaan, waar we achteraf spijt van hebben en we blijven er maar over piekeren. Het maakt weinig uit of onze vermeende zonde vorige week of jaren geleden gepleegd is. Of er staat ons iets moeilijks te wachten, morgen of over een paar maanden, en de vreselijkste doemscenario's blijven maar in ons arme hoofd doorcirkelen. In plaats van lekker te slapen kunnen we heel wat nachtelijke uurtjes doorbrengen met oplossingen te bedenken.
Onze gedachten kunnen zich keer op keer herhalen, als een kapotte grammofoonplaat, waarbij de naald in de groef blijft steken. "Laat het toch los", zegt een goede vriend, als ik mijn zorgen aan hem toevertrouw. "Maak je er niet druk om", probeert de buurvrouw mij een hart onder de riem te steken.

Ook in zenkringen en in de wereld van de psychotherapie worden we regelmatig aangespoord om onze zorgen, verdriet, schuldgevoel of angst maar eens los te laten. Soms worden er metaforen gebruikt om iemand duidelijk te maken hoe je iets kan loslaten: "Stop al je zorgen in een pot", "laat ze met en ballonnetje de lucht ingaan" of "zaag de ketting door, waarmee je aan je schuldgevoelens bent geketend los". Als het loslaten je al wat gemakkelijker afgaat of je bent erg bedreven in het visualiseren, dan zijn dit soort metaforen zeker behulpzaam.

Dat loslaten niet zo moeilijk zou zijn, suggereert mogelijk het verhaal van de wijze moslim Moela Nasroeddin. Een man vroeg hem hoe hij vrij kon worden van zijn als maar terugkerende negatieve gedachten waar hij zo'n last van had. Moela Nasroeddin stond op en rende naar de ingang van de tempel. Hij pakte daar één van de pilaren vast, roepend: "Red mij van deze pilaar, red mij toch van deze pilaar!". De man keek ontzet naar Moela, en riep: "Maar Moela toch, die pilaar heeft jou toch niet vast, jij hebt die pilaar toch zelf vast, je kunt hem toch gewoon loslaten?". "Juist", zei de Moela. "Nu weet je alles wat je weten moet". Zou het echt zo simpel en eenvoudig zijn? Zo simpel als het in essentie is, zo moeilijk en weerbarstig is het vaak in de praktijk van ons dagelijks leven. De uitnodiging iets of iemand los te laten, stuit in jezelf en in je omgeving dikwijls op grote weerstanden. Je weet immers wat je nu in handen hebt; prettig of onprettig, in ieder geval is het vertrouwd. Een oude, versleten leren jas, zit meestal prettiger dan een mooie nieuwe.

Er bestaat een ander verhaal over loslaten, een zenverhaal. Er liepen eens een oude en een jonge zenmonnik langs een weg. Op een gegeven moment kwamen ze bij een rivier, die ze moesten oversteken. Op de plek waar de weg en de rivier elkaar kruisten, stond een mooie jonge vrouw in een zijden kimono. De vrouw vroeg of de monniken haar konden helpen bij het oversteken. De oude zenmonnik aarzelde geen moment, nam haar in zijn armen, droeg haar naar de overkant en zette haar daar neer. Zwijgend vervolgden de monniken hun weg. 's Avonds laat toen ze onderdak hadden gevonden in een tempel kon de jonge monnik zich niet langer bedwingen en vroeg: "Wij zenmonniken mogen ons tijdens onze training niet met vrouwen bemoeien, laat staan aanraken. Waarom heb jij dat dan toch gedaan?" De oudere monnik antwoordde: "Ik heb de vrouw opgepakt, naar de overkant gedragen, haar daar neergezet en losgelaten. Jij draagt haar kennelijk nog steeds met je mee en hebt haar nog niet losgelaten." In dit verhaal wordt niet de suggestie gewekt, dat loslaten een koud kunstje is.

Ook Hsin Hsin Ming ( 600 n.C./ verzen over de geest van vertrouwen ) suggereert in zijn prachtige gedicht dat "de Grote Weg" (van het loslaten) niet moeilijk is, maar hij zegt er direct bij: "voor hen die geen voorkeuren hebben en nergens voor of tegen zijn". En in dit laatste zit natuurlijk de kneep; zolang we nog gevangen zitten in ons 'web van begeerte en afkeer' lijkt er nog een lange weg te gaan, ook al ligt deze weg vlak voor onze neus. Juist het loslaten van begeerte en afkeer blijkt niet mee te vallen in ons dagelijks leven.
Dingen in de buitenwereld waar we genoeg van hebben, kunnen we vrij gemakkelijk van de hand doen. Een oude, niet reparabele stoel zet je bij het grof vuil. Je kunt de tv uitzetten of een ander kanaal kiezen, als een programma je niet bevalt. De deurknop kun je loslaten door je hand te openen. Gebeurtenissen in onze binnenwereld werken lang niet altijd op dezelfde manier en zeker als het om een hardnekkig loslating-probleem gaat, blijken onze meeste pogingen rust te vinden vaak weinig succesvol. We voelen ons ook nog tekort schieten als het loslaten ons niet lukt. Een jaar geleden vertelde een nicht van mij, hoe ze ermee worstelde haar dochter los te laten. Haar dochter bezocht samen met haar vriend XTC-parties. De psycho-therapeut bij wie mijn nicht kwam, zei tegen haar voor ze op vakantie ging."Laat het maar eens lekker los". Na haar vakantie is mijn nicht met deze gesprekken gestopt. Ze voelde zich door haar psychotherapeut niet begrepen en in de kou staan.
Wat moeten we dan we doen om los te laten? Het antwoord is: niets doen.
Een aardige spreuk zegt het al: "Hoe meer je probeert los te laten, hoe meer je het vast houd". En zo is het, mijns inziens. En nu zijn we opnieuw bij de zenmeditatie beland, met alle paradoxen die er bij horen. Loslaten is alleen maar: kijken hoe je het vast houdt. Herken de overtuigingen die bij het moeilijk kunnen loslaten horen. Deze overtuigingen zijn veelal oude, vastgeroeste en automatische gedachtepatronen. Ze worden ook wel 'de automatische piloot' genoemd. Voorbeelden van de automatische piloot zijn: het is mijn schuld, het is andermans schuld, ik heb gelijk, ik heb er recht op, onrecht mag mij niet overkomen, ik mag niet falen (op mijzelf van toepassing), ik moet het onder controle houden. Van belang naast het herkennen van onze overtuigingen is ook het inzicht dat deze overtuigingen slechts gedachten, concepten zijn en niet meer dan dat. Gedachten zijn geen feiten. Deze gedachten zijn als het ware een persoonlijk filter waardoor we de werkelijkheid inkleuren en vertekend waarnemen.

Loslaten is ook toelaten: het toelaten van de gevoelens die bij het vastklampen horen: angst, schuldgevoel, verdriet of boosheid. En ook dat toelaten valt niet altijd mee. Rumi's woorden uit zijn gedicht "De Herberg" kunnen bij dit toelaten een helpende gids zijn. Dit gedicht spoort ons aan met veel vriendelijkheid onze "donkere" kanten tegemoet te treden. Vaak gaat het om gevoelens van onszelf, die we verafschuwen. En dat kan niet vaak genoeg herhaald worden: kijk met liefde en veel vriendelijkheid naar je schaduwkanten, veroordeel jezelf niet. En veroordeel vooral niet als het niet of nauwelijks lukt om los te laten: "Ik heb al zoveel zen beoefend, dat ik nu toch wel eens moet kunnen loslaten". Geduld is onmisbaar. Een loslating-proces kan veel tijd nodig hebben. Soms jaren. Hoe ernstiger de pijnlijke gebeurtenis, des te meer tijd is er nodig deze gebeurtenis een plek te geven. Er kunnen zich gebeurtenissen voordoen in iemands leven, zo verdrietig, zo pijnlijk dat het misschien bijna onmogelijk is deze te kunnen 'loslaten'.

De Herberg.

Mens-zijn is een herberg,
Elke ochtend arriveert er een ander,
Een vreugde, een depressie, een laagheid,
Een moment van bewustzijn daagt op
Als een onverwachte bezoeker.

Verwelkom en vermaak ze allen!
Behandel iedere gast met eerbied,
Al is het een schare verdriet
Die je huis heftig
Van zijn meubilair ontdoet.

Misschien ruimen ze je huis leeg
Voor een nieuwe verrukking,
De donkere gedachte,
De schaamte,
De boosaardigheid...

Treedt ze met een lach, bij de deur, tegemoet
En noodt ze binnen.
Wees dankbaar voor wie er komt;
Ieder van hen is immers gezonden
Als een leidsman{vrouwe)
Van boven...,