De Orde waartoe de Dharmatoevlucht behoort
De Orde van Boeddhistische Contemplatieven werd opgericht door eerwaarde meester Jiyu-Kennet (1924-1996), een engelse vrouw die in 1968 na jaren van studie in Soji-ji, één van de hoofd-kloosters van het zenboeddhisme in Japan, als één van de eerste westerse vrouwen als zenmeester werd erkend. Zij richtte zelf twee opleidingskloosters op; Shasta Abbey in Californië in de Verenigde Staten van Amerika en Throssel Hole Buddhist Abbey in Noord-Engeland. Uit deze kloosters zijn tientallen tempels en meditatiecentra voortgekomen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa waaronder de Dharmatoevlucht.
Eerw. meester Jiyu's ervaringen in het Japanse klooster en haar training daar heeft zij beschreven in het boek 'The Wild, White Goose'. Een aantal lezingen van haar zijn gepubliceerd in het boek 'Roar of the Tigress'. Deze boeken zijn te verkrijgen bij de Dharmatoevlucht.
Momenteel oefenen binnen het kader van de Orde zo'n 100 monniken en 150 leken Sangha-assistenten. In de monastieke gemeenschap worden zowel mannen als vrouwen monniken genoemd (beiden hebben binnen de Orde gelijke status). Zij volgen de boeddhistische traditie en leven celibatair en vegetarisch. Sanghaleden die enige jaren ervaring hebben met zenmeditatie en de Dharma, zoals zij vorm krijgt in de Orde, worden soms uitgenodigd om Sangha-assistent te worden. Zij hebben de bevoegdheid meditatie-instructie te geven en meditatiegroepen te begeleiden. Daarnaast zijn er velen die het boeddhistische pad in praktijk brengen in hun dagelijks leven, thuis, op het werk, in hun relaties, enz, en zij vormen samen met de Ordeleden de Sangha (de gemeenschap van hen die het pad van de Boeddha volgen). Voor meer info over de Orde, kijk op de engelstalige website van de O.B.C.
.

