Inleiding boeddhisme: de basisleer
Het boeddhisme is geen godsdienst of geloofsysteem in de traditionele zin. Het is een spirituele traditie die 2500 jaar geleden in Noord-India begon met Siddhartha Gautama. Hij was een mens met dezelfde spirituele aanleg als ieder van ons. Voor Siddhartha stond de vraag centraal hoe lijden ontstaat en hoe we een einde van lijden kunnen vinden. Na zes jaren van meditatie en oefening vond hij het antwoord op deze vraag waardoor hij bekend werd als de Boeddha Shakyamuni. Boeddha betekent "de ontwaakte" en ook "de verlichte", en Shakyamuni betekent 'de heilige van de Shakya-stam" de bevolkingsgroep waartoe Siddhartha behoorde. Vervolgens wijdde hij zijn verdere leven aan het helpen van anderen in het vinden van diepe gemoedsrust, innerlijke vrede en mededogen.
In alle boeddhistische tradities staat de basisleer van de Boeddha centraal; deze basisleer kan worden samengevat in wat de "Vier Edele Waarheden"worden genoemd:
1. Het bestaan van lijden.
2. De oorzaak van lijden.
3. Het vinden van het einde van lijden.
4. Het pad naar het einde van lijden, ookwel het 'Achtvoudig Pad' genoemd (dit wordt vaak symbolisch weergegeven als een achtspakig wiel.
De acht aspecten van het Achtvoudig Pad zijn: juist begrip, juist denken, juist spreken, juist handelen, juiste leefwijze, juiste inspanning, juiste aandacht en juiste meditatie. Een goed begrip van deze aspecten vormt de basis van de boeddhistische beoefening.
In het de vijfdelige artikel Het Achtvoudig Pad, geschreven door het voormalig hoofd van de Orde de eerw. meester Daizui MacPhillamy, worden de aspecten uitgelegd.

