Eerw. meester Daishin Morgan
Uit: Buddha Recognizes Buddha, hoofdstuk 4.
“Ik was, ben en zal onmiddellijk met het universum verlicht zijn”.1
In het vorige hoofdstuk [De Schipper] sprak ik over de onbestendige aard van het zelf en zijn onderlinge verbondenheid met heel het universum. Ik zou nog iets meer willen zeggen over de werking van die onderlinge verbondenheid, die al naar gelang onze benadering samsara of nirvana kan zijn. Door de illusie van een afzonderlijk zelf en de daaraan verbonden zorgen over te geven aan de realiteit van dit, ontstaat diepe vrede. De twijfels en verwarring van het leven, de angsten en verlangens, dat alles kan worden overgegeven in zazen. Zoveel vertrouwen in zazen moet je wel hebben. Als we dat doen, is er het kennen van onszelf in de wereld en een diep gevoel van verbondenheid met de wereld. Dit is geen relatie tussen onszelf en de wereld, zoals tussen twee dingen – het is de werking van het geheel in het deel en van het deel in het geheel. Deze wederzijdse werking kan alleen gerealiseerd worden als we niet langer vasthouden aan onze afgescheidenheid en ons overgeven aan de werkelijkheid van het huidige moment. Dan ondervinden we dat de concrete omstandigheden van het leven ons richting geven.